Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
95-
De b ij a s s e n zijn de takken, die uit de hoofdas
ontspringen; gewoonlijk zijn ze dunner dan de hoofdas.
Het zijn de kleine takjes waaraan in onze fig. 98 de
bloempjes bevestigd zijn. Elke bijas draagt of ééne of
meer bloemen.
De volgorde waarin de bloemen eener inflorescentie
opengaan, is, gelijk gezegd werd, een kenmerk van
veel gewicht. De bloemen van een bloeiwijze openen
Fig. 102«.
Fig. 98.
Fig. 99.
Fig. 100. Fig. 101.
zich namelijk niet tegelijkertijd, maar bij sommige gaan
de bloemen die in het midden staan het eerst open^
bij andere daai'entegen de aan den rand geplaatste. In
het eerste geval schrijdt het opengaan dus voort van
het midden naar den omtrek, in het andere van den