Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-94 De bloem.
hoort b.v. de Tulp, die een bebladerden stengel voort-
brengt, welke in één bloem uitloopt.
In verreweg de meeste gevallen zijn op een plant
verscheidene, ja zelfs zeer talrijke bloemen gezeten. Bij
eenige planten staan ze dan in de oksels der loofbladen,
één boven elk blad, of de bebladerde hoofd- en zij-
stengels dragen elk een bloem aan het einde. Van
daar de namen z ij d e 1 i n g s c h e en e i n d e 1 i n g-
schealleenstaande bloemen. Maar bij de meerderheid
der planten kan men eigenaardige, dikwijls sterk vertakte
stengels aanwijzen, die zich in 't oog loopend van de
gewone bebladerde stengels onderscheiden. Zij dragen
niets dan bloemen, en wanneer er bovendien ook bla-
deren — schutbladen — aanwezig zijn, dan ver-
schillen ze toch duidelijk door hunne gedaante, kleur
en grootte van de vroeger behandelde loofbladen. Zulk
een stengel, die dus alleen bloemen of daarbij ook
schutbladen draagt, noemt men bloei wij ze of in-
florescentie. Het uitwendig voorkomen eener bloei-
wijze wordt bepaald door het aantal en de grootte der
bloemen, maar vooral door de volgorde waarin zij zich
openen. Ook de wijze waarop de hoofdas of alge-
meene bloemsteel zich vertakt, alsmede de betrek-
kelijke lengte der b ij a s s e n of zijtakken oefent een
belangrijken invloed op het geheele uiterlijk uit.
Het onderscheid tusschen hoofdas en bijassen is niet
altijd gemakkeUjk te herkennen. Het is om die reden noo-
dig dienaangaande een opmerking vooraf te laten gaan.
De hoofdas is dat deel der inflorescentie, waaruit
alle andere takken middellijk of onmiddellijk ontsprin-
gen (zie fig. 98); van daar ook de naam algemeene
bloemsteel.