Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
-90 De bloem.
** Ongevleugeld.
1. De vrucht deelt zich in tweeën
2. „ „ „ „ ,, drieën
3. „ „ „ „ „ vieren
4. „ „ „ „ „ vijven
5. „ „ „ „ ,, verschei-
dene deelen
C. Openspringend, meestal meerzadig.
a. Enkelvoudige (uit ée'n vruchtblad
bestaande). Eén- of meerzadig.
* Langs één naad openspringend . . .
** Langs twee naden openspringend. .
b. Samengestelde (uit 2 of meer
vruchtbladen samengesteld), één of meer
hokkig (altijd veelzadig).
* Gedaante gerekt, uit twee vrucht-
bladen gevormd, met een vliezig tus-
schenschot, dat de beide pariëtale zaad-
lijsten verbindt, van onder naar boven
met twee kleppen openspringend . . .
** Vorm meer gedrongen, uit 2 of meer
vruchtbladen gevormd, met poriën, tan-
den, spleten of met een deksel open-
springend .................
IL Vleezige vruchten:
A. Niet openspringend.
1. De binnenste vruchtwand is houtig . .
2. Vruchtwand week en brijachtig, alleen
met uitzondering der buitenste laag, die
iets vaster is...............
3. Binnenste vruchtwand vliezig of hoorn-
achtig (klokhuis). Vrucht 2-5 hokkig .