Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
86
De hloem.
eenige kokervruchten bij elkander op den vruchtbodem
geplaatst. De Pioenen, de Dodderbloem, Akelei en Zwane-
bloem leveren uitstekende voorbeelden.
6) De Peulvrucht (fig. 93). Deze vrucht is even-
eens enkelvoudig, zooals uit de aanwezigheid van slechts
één zaadlijst blijkt en dus ook éénhokkig, maar zij springt
met twee spleten, langs rug- en buiknaad, open. Opmer-
king verdient bovendien dat een bloem nooit meer dan
een peul voortbrengt, terwijl gelijk zooeven werd ge-
zegd, verscheiden
kokervruchten
door één bloem
kunnen gevormd
worden. Planten
met vlindervor-
mige bloemkroon,
zooals Erwten,
Boonen, Gouden
Regen, Latherus
enzv. leveren al-
tijd peulvruchten.
Omdat de peul-
vrucht zoo regel-
matig bij genoem-
de plantengroep voorkomt, is men zoover gegaan om
ook verscheiden vruchten die hier voorkomen peulvrucht
te noemen, niettegenstaande zij in eenige der wezenlijke
kenmerken, zooals het openspringen, het meerzadig zijn
enzv. van het type afwijken.
8) De hauw (fig. 94 en 95). De hauw is een droge
openspringende uit twee vruchtbladen bestaande, twee-
hokkige vrucht. Zij is altijd veelzadig, de zaadlijsten
Fig. 93.
Fig. 95.