Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem.
83-
niet, ofschoon een vercleeling van den vruchtwand in
meerdere of mindere mate bestaat.
Als de vrucht rijp is, valt zij bij vele planten (met
de zaden ingesloten) af. Bij andere (splitvruchten) splitst
zij zich in zooveel afdeelingen, als er hokken zijn. Elk
der afdeelingen maakt dan den indruk een afzonderlijke
vrucht te zijn. Weer andere vruchten bersten op ver-
schillende plaatsen open, waardoor de zaden ontsnappen.
Van daar de verdeeling in niet-openspringende,
splitvruchten en openspringende vruchten.
Als voorbeelden van het eerste geval kunnen pruimen,
kersen en appels dienen; splitvruchten vertoonen kar-
wei- en anijszaad, openspringend de doornappel, de peul
en de papaverbol. Het aantal zaden in een vrucht
is zeer onbepaald. Verscheiden vruchten brengen slechts
één zaad voort (éénzadige), andere daarentegen vele
(m e e r z a d i g e).
Het uitwendig voorkomen der vruchten hangt
natuurlijk van den aard van den vruchtwand af.
Voor de onderscheiding der eene vrucht van de
andere kan men bovendien nog kenmerken ontleenen
aan de wijze van openspringen, het aantal zaadlijsten,
het aantal hokken enz. Ook bij het b e s c h r ij v e n
van de vrucht dient men op deze bijzonderheden te
letten. Wij zullen thans de hoofdeigenschappen van de
voornaamste genoemde vruchten kortelijk vermelden
en daarna den leerling de gelegenheid laten om de
namen der vruchten in een „overzicht" op hunne plaats
te brengen.
Beschrijving der vruchten.
1) De graanvrucht (fig. 88) komt voor bij de