Boekgegevens
Titel: Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Auteur: Costerus, J.C.; Behrens, Wilhelm Julius
Uitgave: Amsterdam: M.M. Olivier, 1896
4e dr; 1e uitg.: 1881
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2709 : 4e dr
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204169
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beginselen der plantkunde: ten gebruike bij het onderwijs op de middelbare scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
De bloem. 81-
zijn de randbloeinpjes der Korenbloem en van den
Sneeuwbal.
8. Vruchten en zaden.
De ervaring leert ons, dat de bladachtige deelen der
bloem na verloop van eenigen tijd verwelken en afvallen.
Alleen de stamper of liever het vruchtbeginsel maakt
een uitzondering op den regel; dit toch gaat na het
uitdrogen der omringende deelen voort met groeien om
zoo doende langzamerhand te veranderen in de vrucht.
De vrucht bestaat uit een harden of uit een vleezigen
wand, die evenals het vruchtbeginsel een of meer holten
(hokken) omsluit. In deze hokken vindt men de zaden,
die vroeger reeds als zaadknoppen voorhanden waren.
Het zaad bevat als hoofdbestanddeel een kiem d. i.
een nieuwe plant in opgevouwen en gedrongen toestand.
Men kan dus ook zeggen dat de vrucht een tal van
jonge, opgevouwen nieuwe individuen bevat.
Als er slechts één stamper in de bloem aanwezig is,
dan verschijnt er ook maar ééne vrucht; zoo ontstaat
om een voorbeeld te noemen uit de kersebloem, die
maar één stamper vertoont, een enkele kers. Bloemen
echter die verscheidene stampers dragen, leveren meestal
ook vele vruchten op. Deze staan dan dicht op elkaar
gedrongen en maken lichtelijk den indruk van één groo-
tere vrucht. Zoo bestaan frambozen en braambeziën
uit een verzameling van kleine vruchtjes, die in eigen-
schappen het meest met steenvruchten overeenstemmen.
Ofschoon uit het woord „vruchtbeginsel" moet worden
afgeleid dat de vrucht zich alleen daaruit vormt, komen
er niettemin vele vruchten voor, tot wier vorming nog
6