Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
wild werd zichtbaar, 't Gewei op den rug en met achter-
over geworpen kop vluchtte een hert met de snelheid van
een renpaard over de vlakte naar den rivierkant, en achter
hem aan liep een troep hongerige wolven. Het hert was
hun ver vooruit; maar toch had het geen kans op ont-
komen ; want zoowel rechts en links alsook langs den oever
hadden andere wolven post gevat, die al zijne bewegingen
met wilde blikken volgden. Het edele dier scheen hen niet
te zien of geen acht op hen te geven, want het hield voort-
durend recht op de rivier aan. Thans eerst, nu het de
schildwachten , die hem den weg afsneden, tot op vijftig
passen genaderd was, staakte het een oogenblik zijn loop.
Het zag nu, dat het door een zich voortdurend vernau-
wenden kring van vijanden was ingesloten , en stond stil,
om adem te scheppen en naar een uitweg om te zien. Op
eens keerde het om, liep op de wolven aan, die hem
gejaagd hadden, en zocht met inspanning zijner laatste
krachten door de rijen zijner vijanden heen te breken,
't Gelukte hem echter niet, over den dichten hoop huilende
koppen heen te springen ; maar 't viel midden onder zijne
vervolgers neer. Enkelen dezer laatsten lagen vertrapt onder
zijne hoeven; twee of drie vlogen , door zijn gewei ge-
troffen , met opgereten lijf in de lucht; maar twee anderen
hadden hem bij den hals en den rug gepakt en zich zoo
vast gebeten, dat zij door hem mee voortgedragen werden,
toen hij na eene nieuwe wending zich andermaal naar den
oever keerde. Door een geweldigen ruk gelukte het hem ,
de beide wolven af te schudden, waarop hij zich in het
water stortte, door wel een dozijn van zijne vijanden ge-
volgd. Het water stroomde en spatte bij den sprong der
dieren , en nu zag men uit den golvenden stroom den kop
en 't gewei van het hert en de spitse snuiten der wolven
opduiken , die huilend van honger hem vervolgden , terwijl
de anderen als dol langs den oever renden en een klagend
blaffen en janken lieten hooren.
6*