Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
zekerheid onderscheidde , dat hij een van de wilde zwijnen
voor zich had, die destijds in de bosschen van Canada zeer
talrijk waren , bracht hij zijn haan weer in rust, de be-
spotting zijner kameraden vreezende , als hij om een zoo
nietig iets het gansche kamp in rep en roer bracht. In-
tusschen kon hij toch niet nalaten, dat vreemde bezoek
voortdurend in het oog te houden. Na eenigen tijd be-
merkte hij tot zijne bevreemding, dat het dier bij al de
schijnbare onregelmatigheid zijner bewegingen eene kromme
lijn beschreef, die zich onmerkbaar om het punt samentrok,
waar hij zelf stond.
„Drommel," dacht hij , „dat schepsel hindert mij , en ik
kan er toch de oogen niet aftrekken! Al lachen ze mij
dan ook wat uit, in allen gevalle krijgt de kok er een vet
stuk in de keuken door !"
Hij aarzelde nog een oogenblik ; maar daar het dier hem
nu juist de volle zijde toekeerde, maakte hij van deze ge-
legenheid gebruik , gaf vuur en riep door zijn schot al de
echo's van het gebergte wakker.
Haastig laadde hij op nieuw , om niet door een werke-
lijken vijand verrast te worden ; doch eene minuut later was
ook al het geheele kamp op de been.
Eenige soldaten , Pierre aan het hoofd , waren reeds toe-
geschoten en bestormden Tribard met vragen, „'t Is niets,"
zeide deze; „'t spijt mij half, dat ik u onnoodig heb opge-
jaagd. Een twintig passen dien kant uit ligt een zwijn dood.
Gij zult het in 't heidekruid vinden."
Pierre haastte zich met nog een paar naar het aange-
duide punt; maar pas had hij het gevelde wild opgespoord,
of hij deinsde verschrikt terug , alsof hij op eene slang
getrapt had.
„Hierheen , kameraden !" schreeuwde hij met al de kracht
zijner oude longen. „De schobbejak leeft nog en is geen
varken! Alle respect; kijkt eens, wat kabriolen hij nog maakt!"
En 't bleek nu, dat het vermeende wilde zwijn niets