Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
77
„Generaal," sprak hij , „ik heb geen kinderen , aan mij
is weinig gelegen. Als gij het toestaat, wil ik in Pierre's
plaats treden en voor hem den post betrekken."
„Bravo, bravo, Tribard !" riep Montcalm en drukte den
jongen man hartelijk de hand. „Gij zijt een brave kerel
en hartelijk graag geef ik mijne toestemming."
„Maar daar deze post zoo wat half op de marschroute
naar de eeuwigheid ligt," vervolgde Tribard , een lucht-
hartigen toon aannemende, „verzoek ik , voor dat ik hem
betrek, om twee dingen. Vooreerst vraag ik vrijheid , om
ditmaal, in plaats van met mjjn musket , met een karabijn
op de wacht te gaan. Ik weet wel, dat dit tegen het
reglement is; maar ik heb met mijn karabijn in de Py-
reneeën menig flink schot gedaan en stel dus veel ver-
trouwen op dat oude wapen."
„Toegestaan ," zeide de generaal; „en wat is nu uw
tweede verlangen?"
„Dat is dit. Daar geen van ons weet, in welke gedaante
de onbekende vijand onze verdwenen kameraden genaderd
is , verlang ik vrijheid , om elk verdacht wezen , dat ik te
zien krijg , een kogel toe te zenden , zonder daarom wegens
't maken van loos alarm straf te krijgen."
Ook dit werd toegestaan , en daar nu het uur van de
aflossing naderde , ging Tribard heen , om nog het een en
ander te bezorgen.
Allen beschouwden hem als een verloren man en be-
klaagden in hem niet alleen den luchthartigen , vroolijken
kameraad , die de vermoeienissen van den marsch met de-
zelfde opgeruimdheid als de verveling van het garnizoen
verdroeg, maar ook den wakkeren krijgsman, dien men
altijd daar vond, waar het gevaar het grootst was. Een
oud onderofficier meende evenwel, dat men zich over hem
nog niet ongerust had te maken ; hij kende den jongen man
als een uitstekend schutter en zei bij herhaling: „En al
kwam de Booze in hoogsteigen persoon , pas op , Tribard's