Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
74
Men was hier pas eenige dagen gelegerd, toen op een
morgen het regiment door de tijding verschrikt werd, dat
de den avond te voren uitgezette post in den loop van den
nacht spoorloos was verdwenen. Alle nasporingen, die men
in het werk stelde , waren vruchteloos en van de verschil-
lende gissingen, die de soldaten maakten, de eene nog
onwaarschijnlijker dan de andere. Was de man de roof van
een jagoear of van een beer geworden ? Dit was niet mo-
gelijk, wijl alsdan de bodem duidelijke sporen van eene
worsteling had moeten vertoonen. Viel aan desertie te
denken ? Bezwaarlijk; want mocht de vluchteling al aan
de wraak der wet ontkomen , zoo stond hem in de bosschen
toch een onvermijdelijke dood door de wilden te wachten.
Of had een Indiaan den ongelukkige omgebracht ? Ook dit
was niet adn te nemen, daar de krijgvoerende stammen
gezamenlijk ver naar het zuiden waren getrokken , om zich
daar met de Engelsche armee te vereenigen, en wijl men
in de laatste maand ook niet de schaduw van een Huron
bemerkt had.
De schrik steeg ten top , toen de tweede schildwacht,
een wakker, onverschrokken soldaat uit Normandië, op
gelijke wijze verdween. Het geheimzinnige van den moord,
het plotselijke daarvan, dat het slachtoffer niet eens tijd
liet , een kreet uit te stooten, opende voor de verbeeldings-
kracht een eindeloos veld, zoodat zelfs de moedigsten niet
dan met huivering denken konden aan wat nu den eerst-
komenden nacht volgen zou.
Om het dof gemor der soldaten, dat bijna den schijn van
muiterij aannam, tot bedaren te brengen, oordeelden de
officieren het raadzaam, de bezetting van den gevaarlijken
post voortaan aan de beslissing van het lot over te laten.
De compagnie, die den dienst had, sloot dus een kring,
en generaal Montcalm zelf was bij de loting tegenwoordig.
Tot het houden van den helm met de noodlottige nommers
werd de oudste man van de compagnie, Pierre, een ge-