Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
71
reeds lang een man , op wien ik veilig staat kan maken ,"
zeide hij; „en gij zoudt mij dienen kunnen. Het zeestrand is
beter dan het bosch; want drie maanden van het jaar blaast
de noordenwind, om den kustbewoner de zakken te vullen.
Blijf bij mij , en binnen 't jaar zijt gij een geborgen man."
Op de koortsachtige spanning van den Jarocho was echter
eene diepe neerslachtigheid gevolgd; 't was, of in zijn
binnenste eene veer was gesprongen , en met zwaarmoedig
hoofdschudden wees hij het voorstel van de hand.
„Nu , dat is eene teleurstelling ," zeide Ventura ; „ik zal
altijd met leedwezen aan een makker denken, die even goed
met de riemen als met zijn degen te recht kan. Wij beiden
te gaar hadden het tot iets kunnen brengen. Leef wel dan ;
ieder ga den weg , waarvoor het lot hem bestemd heeft."
Zoo scheidden Avij , en ik vergezelde Carlos naar de hut,
waar hij zijn paard had gelaten. Gedurende onze afwezig-
heid hadden eenige houthakkers ook het mijne in het bosch
opgevangen.
„Hier moeten wij afscheid nemen zeide Carlos tot mij.
„Gij zult nu spoedig uw vaderland weerzien en daar een
rustig leven leiden , terwijl ik mijn ongestadig en zwervend
leven voortzet, tot de stoot van een degen er een einde
aan maakt."
„Als u dat leven niet bevalt, waarom hebt gij dan Ven-
tura's aanbod afgewezen ?" vroeg ik. „Uw leven had dan
toch een bepaald doel gehad , dat u thans ontbreekt."
„Dat raakt mij weinig ," antwoordde Carlos. „De Jarocho
is geboren , om vrij en onafhankelijk te leven. Eene rieten
hut, een bosch , eene rivier , mijn geweer en een visschersnet
is al, wat ik noodig heb en overal vind. Leef wel,
beste heer !"
Met deze woorden drukte Carlos den hoed dieper in het
gezicht en gaf zijn paard de sporen. Niet zonder levendige
deelneming volgde mijn oog een tijd lang dezen man , wiens
hartstochtelijke overspanning en avontuurlijke aard mij het