Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
70
schenklasse , al wier lief en leed door bloed teweeggebracht
en ook weer weggenomen wordt. Gerucht van voetstappen
en stemmen kondigde ons weldra het naderen der ver-
wachten aan. De schikkingen tot het gevecht namen weinig
tijd weg. Nadat de ruimte afgemeten en de zon gelijkmatig
verdeeld was , traden de beide partijen tegenover elkander.
Ik vernam het teeken tot het beginnen van den strijd ; ik
hoorde met een beklemd hart, hoe de beide klingen elkaar
raakten , en keerde in mijn angst mijn gezicht af, tot een
luide kreet mijne oogen onwillekeurig weer naar de twee
kampvechters trok. Eén inan stond boven op den zand-
heuvel ; hij zwaaide den in 't gevecht afgebroken stomp van
zijn degen en een stroom van donker bloed gudste uit zijne
zijde, 't Was Campos. Zijne vlucht was zoo vlug en on-
verwacht geweest, dat zijn bestrijder nog onbewegelijk op
zijne plaats stond. Een der getuigen ging op den gewonde
toe , om hem voor zijn gebroken zwaard een ander te geven;
doch hij kwam te laat. Door inspanning en bloedverlies
uitgeput, waggelde Campos nog eenige oogenblikken op zijne
voeten en viel toen neer. Hij deed moeite , om zich weer
op te richten; doch het losse , droge zand gleed onder
zijn stuiptrekkend lichaam weg , en de ongelulckige stortte
neer in het water , waarin hij verdween.
Ons bleef nu niets te doen , dan Carlos' vlucht te dekken,
waarom wij dan ook dadelijk de kampplaats verlieten en
onze boot zochten te bereiken , voordat de alcalde van het
dorp tijd kon hebben, om ons een gerechtsdienaar na te
zenden. Door de snelle strooming gedreven, schoot ons
vaartuigje tusschen rotsen, bosschen en heuvels als een pijl
voort. Na ruim twee uren hadden wij den mond van de
rivier bereikt en stapten bij de het huis van den loods
overschaduwende wilgen aan land. Wij hadden nu zijn
geleide niet verder noodig en namen dus afscheid van hem.
Eer hij ons gaan liet, trachtte hij Carlos te bewegen, bij
hem te blijven en zijn compagnon te worden. „Ik zoek