Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
69
belangstelling aangehoord ; doch de zaak moest eerst geheim
worden gehouden , en zoo stil mogelijk ging men dus naar
de door onzen vijand bewoonde hut op weg. Gelijk men
wel verwacht had, lag Campos in zijne hangmat. Ik kon
niet nalaten, de wilskracht te bewonderen , waarmede het
den man gelukte , zijne ontsteltenis te verbergen bij het zien
van den loods, dien hij zonder twijfel verdronken had ge-
waand. Hij richtte zich bedaard op, zag ons met minach-
tende nieuwsgierigheid aan , en deed eerst, toen hij Carlos
in het oog kreeg, eenige onrust blijken.
„"Wie zendt u, om mij te vervolgen ?" vroeg hij den
Jarocho.
„ilijne moeder," antwoordde deze; „op haar bevel ben
ik van Manantial hierheen gekomen."
„Goed, ik begrijp u en ik ben tot uwe dienst," was het
koel bescheid.
De voorwaarden van het tweegevecht werden nu bespro-
ken met een ernst en eene bedaardheid, welke ik van de
beide partijen niet verwacht had. Noch de loods, noch
Carlos veroorloofde zich eenige toespeling op het voorge-
vallene in den laatsten nacht. Het gold hier een strijd op
leven en dood, en in zoo zwaarwichtig oogenblik zouden
alle wederzijdsche beschuldigingen ongepast zijn geweest.
Nadat tijd en plaats van de ontmoeting waren afgesproken,
ging Campos om zijne getuigen te halen, en daarop
begaven wij ons naar de aangeduide stee.
Deze was ongeveer een kwartier ver aan een moerassig
meertje , gelijk men in dit deel van Mexico in menigte heeft.
De eene zijde van dit kleine meertje was met geboomte
bezet; op de andere rezen als een wal hooge heuvels van
fijn en los zand op , die iederen dag instorten en 't aan
hun voet liggend bekken dempen konden. Hier wachtten
wjj de komst van Campos en zijne getuigen af. Carlos
ging in koortsig ongeduld met groote stappen op en neer
en verried duidelijk zijne afstamming van de wilde men-