Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
68
de morgenzon toe te lachen. Lichte dampen stegen van
hare oppervlakte op en werden dadelijk verteerd door de
gloeiende hitte , die eensklaps op de koelheid van den nacht
was gevolgd. De bloemen van den wilden jasmijn en tallooze
oleanderbosschen vervulden de lucht met zoete geuren , en
van de oevers hingen breede festoenen van lianen tot op het
water neder. In deze eenzame wildernis ontdekte men
nergens een spoor , dat een bezoek van menschen aanduidde ,
en geen gerucht liet zich vernemen , dan het regelmatig
pikken van een specht op een hollen boomstam.
Die pracht en schoonheid der ons omringende natuur
schenen mijne reisgenooten vrij onverschillig te laten. Zij
spraken alleen over Campos , over de oorzaken van hunnen
haat en over de bloedige wraak , welke zij dachten te nemen.
Eindelijk bereikten wij het doel van onzen moeilijken
tocht , daar wij op eene plaats kwamen, waar de weer
breeder wordende rivier tusschen vlakke oevers voortstroomde,
op welke groote suikerrietplantsoenen hun golvend groen
tot aan den voet eener heuvelketen uitstrekten , die zich op
geringen afstand verhief.
„Nu zijn wij er," zeide de loods; „hier moeten wij
landen ; het dorp ligt achter gindsche heuvels."
Wij stapten aan land; Ventura legde de boot aan den
oever vast en ging toen vooruit, om ons den weg te wijzen.
Wij hadden het dorp spoedig bereikt en vonden daar alles
volmaakt rustig. Onder de voordaken der door palmen en
bananen overschaduwde hutten zagen wij enkelen van de
inwoners , die in hunne hangmatten lagen en den loods reeds
van verre als een ouden bekende groetten. Na een kort
antwoord gegeven te hebben op de vragen , die hier en
daar een ten opzichte van het aan het strand voorgevallene
tot hem richtte , vernam hij allereerst, waar Campos woonde.
Tegelijk verklaarde hij, op Carlos wijzende, met welke be-
doeling deze man hier gekomen was. Deze mededeeling
werd door het op nieuws belust en strijdzuchtig volk met