Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
67
De schoften hebben zich , even als gij, daardoor laten mis-
leiden en in de meening, dat hun aanslag gelukt was ,
den terugtocht aangenomen. Na eene poos ben ik bedaard
aan de overzij aan land geklommen en heb den oever ge-
houden , wel vast overtuigd , dat ik u weervinden zou. Ik
heb mij niet bedrogen , en wij kunnen onze reis nu geza-
menlijk vervolgen. Gij, Carlos , zult nu na deze nieuwe
schanddaad nog ongeduldiger zijn, om u aan Campos te
wreken, en verlangen, hem zoo spoedig mogelijk onder
oogen te krijgen. Ik heb vrienden in het dorp, waar
Campos woont; wij willen hem opzoeken en hem onder de
oogen zien ; voordat gij twee uren ouder zijt kan uw wensch
vervuld zijn."
De terugkomst van den loods had Carlos' wraakgierigheid,
die ten gevolge der vermoeidheid een weinig verslapt was ,
weder in hare volle kracht doen ontwaken. Aan een langer
oponthoud hier was dus geen denken meer. 't Bleef alleen
de vraag nog , of wij den afgebroken watertocht opnieuw
beginnen of te voet onzen weg vervolgen zouden. Ventura
was van oordeel, dat wij weer in de boot moesten gaan ,
daar hij veilig dorst aannemen , dat wij geen vijand meer
ontmoeten zouden , en dat de sterke stroom de ons in den
weg gelegde hindernissen reeds lang moest hebben mede-
gevoerd. Wij wisten hier niets tegen in te brengen en
scheepten ons dus onverwijld weder iu. Carlos en Ventura
namen de riemen op en ik plaatste mij in het midden , zeer
verheugd, dat mijne onbedrevenheid in het roeien mij
gelegenheid liet, om in alle bedaardheid het prachtig land-
schap op te nemen , dat zich al spoedig in de eerste stralen
der opgaande zon voor onze oogen ontrolde.
9. DE WRAAK.
De rivier, die den avond te voren eene zoo sombere
vertooning gemaakt had , scheen nu uit hare groene bedding
5*