Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
De over het water neerhangende stam van een niahagonie-
boom of van een ceder , het ruischen van den wind door
de takken, eene haar leger verlatende hagedis, een opge-
jaagde eekhoren, kortom het minste gerucht wekte onze
bezorgdheid en deed ons naar onze wapens tasten. Zoo
hielden wij meermalen stil; maar dan wierp Carlos zich
telkens weder met verdubbelden ijver op zijne riemen.
Eindelijk bereikten wij een punt van den oever, waar
het struikgewas minder dicht was, en wij legden daar aan,
juist toen de horizont door de eerste schemering van den
komenden dag mat verlicht werd. Een vluchtig rondzien
overtuigde ons , dat wij hier geen hinderlaag te duchten
hadden. Na ons met de plaats eenigszins nader bekend te
hebben gemaakt, besloten wij , hier een uur uit te rusten
en dan te zien , of wij onzen tocht te water of te land
vervolgen zouden. Hoe groot was echter onze verrassing,
toen wij op 't oogenblik , dat wij ons onder eenige struiken
wilden neervielen, eene welbekende stem hoorden, die
Carlos en mij bij onze namen riep. 't Was niemand anders
dan Ventura. Eenige oogenblikken geloofden wij , dat de
eene of andere booze geest den spot met ons dreef; maar
spoedig konden wij aan de werkelijke opstanding van den
wakkeren man niet meer twijfelen , die op den anderen oever
stond en ons toeriep , hem over te halen. Carlos stak da-
delijk af, en toen wij drieën weder vereenigd waren , vroeg
ik Ventura: „Door welk wonder zijt gij in deze wereld
teruggekeerd ? De angstkreet, die u ontvoer , gilt mij nog
in de ooren."
„Die kreet," antwoordde hij , „heeft u het leven gered.
Zoodra ik de zekerheid had , dat wij gevaar liepen van
door een rotsblok verpletterd te worden , sprong ik uit de
boot in de takken van den boom , die ons den doortocht
belette, en toen ik het door de bandieten naar beneden
geworpen rotsblok in het water had hooren ploffen , stiet
ik den kreet uit, dien gij voor mijn laatsten hebt gehouden.