Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
64
„Nog eenige riemslagen zullen ons wel weer wat ruimte
geven," verzekerde de loods; „maar 'tergst is nog, den
ingang tot het kanaal te vinden, dat ons uit dit bekken
brengt. Dat tweede kanaal is even smal, als 't eerste, dat
wij nu achter ons hebben. Neem den bootshaak, heer, en
zet af, dat wij niet tegen de rotsen stooten."
Ik deed, wat mij gezegd werd. Onze boot was nog niet
van de rechte lijn afgeweken , en de haak, dien ik voor
mij uit hield, stiet nergens tegen aan.
„'t Gaat goed," zeide ik ; „wij zijn midden in den stroom."
Toen wij een eind verder gekomen waren , stiet de haak,
dien ik nog altijd in de hand hield , plotseling met geweld
tegen een hard voorwerp en ontviel mij. Tegelijk werd ik
van mijne bank geworpen ; ik hoorde het breken van kra-
kende takken , en ons vaartuigje stond stil.
„Wat is dat?" riep de loods , terwijl hij naar voren sprong
en met de uitgestoken handen in een ondoordringbaar war-
net van lianen en boomtakken geraakte. „Bij den hemel,
de schoften hebben een boom in 't water geworpen, dien
de stroom tot hier heeft meegenomen , en die ons nu den
eenigen uitgang sluit! Hoe zullen wij nu uit het kanaal
komen ? Voordat het ons gelukt, den dam weg te ruimen ,
zijn wij door een op ons neergewenteld rotsblok verpletterd."
Wij bevonden ons blijkbaar in een hoogst gevaarlijken
toestand, en ik wist den loods niets te antwoorden, 't
Best zou geweest zijn, naar het kort te voren door ons
verlaten kanaal terug te keeren ; maar onze boot was zoo
tusschen de takken van den ontwortelden boom vastgeraakt,
dat al onze inspanningen vruchteloos bleven. Wij wilden
nu overleggen , wat verder te doen, toen op eens eene stem
boven onze hoofden ons een donderend : „Wie daar?" toeriep.
„Vreedzaam volk!" antwoordde ik op influistering van
den loods.
„Dat is niet voldoende. Gij zijt met u drieën , en ik wil
dus drie stemmen hooren."