Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
loods kozen wij deze schuilplaats, om de strandroovers te
bespieden.
Wij behoefden niet lang te wachten. Een troepje ruiters
kwam uit de bosschage aanstappen en werd weldra op het
open liggend strand zichtbaar. Op geringen afstand van
de ons dekkende boomen hield de bende halt, en een der
ruiters kwam voorzichtig nader.
„De schoelje heeft versterking gehaald," fluisterde Ventura.
„En denkelijk ook muildieren, om den buit weg te
brengen ," meende een ander.
In den ruiter , die zich van de anderen had afgescheiden,
herkende ik duidelijk den man, wiens vreemde houding
mij op den weg van Vera-Cruz naar Boca del Rio reeds
argwaan had ingeboezemd. Hij was nu zonder twijfel
verbaasd, het sti-and , waar kort te voren nog zulk een
gewoel had geheerscht, geheel verlaten te vinden; doch
daarom liet hij zich in zijn onderzoek niet storen, en
zich vaster in zijn mantel wikkelend , kwam hij daarbij al
dichter bij de boomen, waarachter wij verborgen waren.
Na scherp rondgekeken te hebben , keerde hij daarop tot
zijne kameraden terug. Reeds zag men eenig wrakhout
van het schip , dat door den vloed op het strand werd ge-
worpen , en dit was een zeker teeken, dat spoedig kost-
baarder goederen volgen zouden. Nu konden de strand-
roovers hun ongeduld niet langer bedwingen ; zij verstrooiden
zich langs het strand , zoodat geen aanspoelend voorwerp
hun ontgaan kon , en de man met zijn blauwen mantel,
die aanvoerder van de bende scheen te zijn, reed zelfs een
eind ver in zee op , om over alles beter het oog te kunnen
houden.
„Kan niet een van u mij een g'eweer leenen ?" vroeg de
loods ons.
Een der aanwezenden reikte Ventura zijn musket toe , en
deze maakte zich vaardig. De donkere omtrekken van den
strandroover en zijn paard teekenden zich als een ruiters-