Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
zich, zoowel hem , als ook 't overige volk eene gulle gast-
vrijheid aan te bieden, met het geheime voorbehoud van
zich gedurende den nacht door de strandgoederen, welke
de zee denkelijk spoedig aanspoelen zou, daarvoor rijkelijk
schadeloos te stellen. Ik liet mijn paard door een bewoner
van het dorp meenemen, nadat ik voorzichtigheidshalve
mijne pistolen uit de zadeltasschen genomen en in mijn gor-
del gestoken had. Mijn voornemen was, aan het strand
te blijven, om geen der merkwaardige tooneelen te ver-
zuimen , welke de plundering van het wrak mij beloofde.
De vrouwen en kinderen waren opgetrokken, en men
zag nog slechts een klein aantal mannen aan de kust ,
die met ongeduld op het oogenblik wachtten, dat de vloed
een deel der verslonden lading aan land zou werpen.
Ventura liet de vui-en uitdoen, en de kust werd weer
geheel donker, terwijl de zee met onverminderde kracht
voortwoedde. Nu en dan bescheen een flauwe straal van
de maan de schuimende watervlakte en liet het gestrande
schip onderscheiden, waarvan de golven het eene stuk na
hot ander losrukten.
„Overal, waar aas is," zeide de loods tot ons en wees
naar de goelet, „verzamelen zich de gieren of de haaivis-
schen, en nu zullen wij ook spoedig de schurken zien
toekomen, die 't schip in 't ongeluk brachten, 't Zou toch
schande wezen, als wij, wat de zee ons toewerpt, met
anderen doelen moesten."
Evenwel bleef vooreerst alles stil, en terwijl wij op de
komst der strandroovers wachtten, had ik tijd, om bij het
vluchtig maanlicht de oogen eens rond te laten gaan en
den naasten omtrek op te nemen. Op geringen afstand
opende zich eene breede bocht; dit was de monding eener
rivier , die zich tusschen de boomen verloor. Aan deze
zijde dezer rivier lag het dorp Boca dol Rio. Tusschen ons
en de bocht verhief zich eene dichte bosschage, waarin wij
ons gemakkelijk verbergen konden. Op aanraden van den