Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
53
liet geluk had , een in de nabijheid aanwezig kanaal te
bereiken en zoo zacht mogelijk op het zand te loopen ,
terwijl 't onfeilbaar verloren moest gaan , indien het tegen
de rotsachtige kust werd geworpen. Ongelukkig kon nie-
mand tusschen de schuimende baren , die tot ver over de
gewone grens van het strand heenspoelden, den smallen
ingang van het vermelde kanaal onderscheiden; men kon
dus ook geen seinvuren aansteken , die het schip licht in
het verderf konden lokken , en moest zich met goede wen-
schen tevreden stellen.
7. DE LOODS.
Intusschen schenen al de bewegingen van het schip geen
ander doel te hebben, dan om het gevaarvol oogenblik,
waarop het dat onder de golven verborgen kanaal moest
binnenloopen , zoo lang mogelijk uit te stellen. Nu gaf
het eene zijner zijden aan de golven bloot, dan vloog het
voor den storm op het land toe. Op eens ging een alge-
meene juichkreet op ; want duizend passen van de plaats ,
waar de toeschouwers verzameld waren, fiikkerde een sein-
lantaren aan het strand. Had een moedig man zich opge-
offerd , om het vaartuig den ingang van het kanaal te
wijzen ? De bemanning daarvan scheen dit te gelooven en
het signaal even zoo uit te leggen , als wij zeiven hadden
gedaan ; want wij zagen het schip met vreeselijke snelheid
in do richting der lantaren naderen , die zich onophoudelijk,
doch altijd in dezelfde lénie , heen en weer bewoog. Een
kluiver aan den boegspriet was het eenig zeil, dat het schip
dragen kon, om met behulp van het roer den koers te
houden. Soms , als de wnd voor een oogenblik ging liggen ,
werd de vaart van het schip een weinig minder snel, doch
dan joeg eene nieuwe windvlaag het met verdubbelden spoed
voort. Op eens werd het met geweld opgelicht; het helde
eerst rechts, dan links over, richtte zich nogmaals op,