Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
aan welks uiteinde het dorp Boca del Rio ligt, toen ik op
eenigen afstand voor mij een ruiter ontdekte. Ik reed dadelijk
op den onbekende toe , die in een wijden blauwen mantel
gepakt was en op 'teerste gezicht wel iets van een Prancis-
kaner monnik had. Het loeien van den storm verzwolg den
hoefslag van mijn paard , zoodat ik den ruiter dicht naderde,
voordat hij het bemerkte. Ik zag nu , dat het geen mon-
nik , maar een landbewoner van de kust was, wiens mantel
ik voor eene pjj had gehouden. Hij hield de hand boven
de oogen, om die tegen het verblindend licht van den
bliksem te beschutten , en tuurde scherp in de verte , als
om door den donkeren sluier , die over den oceaan lag , te
dringen ; maar daar was niets te zien , dan de witte spitsen
der hoog opsteigerende golven. Tevergeefs riep ik den vreemde
met al de kracht mijner longen aan ; het geweld van den
wind belette mijne stem , tot hem te dringen. Reeds wilde
• ik mijn paard aanzetten , om hem in te halen ; maar een
in de verte donderend kanonschot liet mij daar den tijd niet
toe. Alsof dat schot een lang verwacht signaal was , gaf
de ruiter terstond zijn paard de sporen en galoppeerde in
de richting van 't bosch van Boca del Rio voort. De boomen
onttrokken hem spoedig aan mijn gezicht, en ik moest nu
maar mijn best doen, om midden door de lianen en het
dichte hout het smalle pad uit te vinden , dat naar het dorp
leidt. Zooals ik met grond gehoopt had , was ik onder de
hooge boomen tegen de woede van den storm gedekt en kon
zoo mijn weg met meer gerustheid voortzetten. Hoe dieper
ik in het woud kwam, des te meer werd het loeien van de
zee door den afstand verzwakt. Zoo reed ik ongeveer een
uur onder het lichte looverdak in de diepste donkerheid
door , en het verdroot mij bijna , toen ik eindelijk opnieuw
eene witte schuimlinie ontwaarde , die mij de nabijheid van
de zee aanduidde. Weldra moest ik Boca del Rio bereikt
hebben , dat zijn naam heeft vau dat het aan de monding
eener rivier ligt; maar toen ik uit het bosch weer onder
4*