Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
50
Na weinig minuten bereikten wij de hoofdstad. Op de
heete, zandige heuvelketen , die de stad omgordt, hadden
muildierdrijvers himne tenten opgeslagen , om de verderfelijke
kust te ontwijken, die op iedere reis eenigen dezer ongeluk-
kigen verslindt. Niet ver daarvan rolden en wentelden ver-
scheiden zwarte lastdragers zich zonder 't minste ontzag voor
hunne fijne , gestikte hemden in 't gulle zand om. Ik moest
onwillekeurig lachen , als ik deze mooi opgepronkte Negers
met onze bescheiden lastdragers vergeleek. Na Carlos er
nog eens de hand op te hebben gegeven , dat ik hem spoedig
nakomen zou , reed ik naar het huis van den koopman , bij
wien ik geld opnemen kon , en maakte met hem de noodige
schikkingen. Hoe ik den dag verder in Vera-Cruz door-
bracht , behoef ik hier niet te vertellen. Het was reeds ten
volle donker , toen ik, om mijn gegeven woord te houden ,
naar Boca del Ilio opbrak.
De noordenwind begon sterker te waaien, toen ik, de
stadspoort achter mij hebbende, de zeekust bereikte. De
hemel was geheel met dikke, zwarte wolken bedekt, en enkele
windrukken voerden mij de koude sneeuwlucht der Hudsons-
baai toe. De zee begon holler te staan en wierp lange
strepen wit schuim tot bij de hoeven van mijn paard. Hoe
verder ik kwam, des te heviger werd de storm, des te dichter
de duisternis. Daar de wind mij bestendig een fijnen stofregen
in het gezicht dreef, was ik dikwijls genoodzaakt, mij om te
wenden. Ik ontdekte dan achter mij in de wijde verte de
stad en voelde berouw , dat ik die verlaten had. Met gelijk-
matige tusschenpoozen wierp de vuurtoren van San Juan de
Ulloa het helder licht van zijn draaivuur nu op het in donker-
heid bedolven Vera-Cruz , dan op de schuimende reede. Ik
kon de voor anker liggende schepen onderscheiden , die elk
oogenblik tegen elkaar dreigden te stoeten , en dan verdween
alles weder in donkeren nacht. Men ziet, dat het weder voor
een nachtelijken rit alles behalve gunstig was. Desniettemin
zette ik mijn weg moedig voort en naderde het bosch reeds,