Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
„Wee den schepen, die nu op de reede zijn!" zeide
Carlos tot mij. „De noordenwind steekt met geweld op en
't zal een booze nacht worden. Van avond zullen wij in
Boca del Rio zeker wat beleven."
Ik antwoordde daar eerst niets op ; de indruk, dien het
gezicht der zee op mij maakte, de gedachte, dat ik nu
spoedig van Mexico afscheid nemen en naar Frankrijk terug-
keeren zou , dit alles wekte de tegenstrijdigste aandoenin-
gen in mij op. Onder de blijdschap over de reeds sinds
langen tijd gewenschte terugreis mengde zich een gevoel van
treurigheid en spijt. Het land, dat ik verlaten moest, had
mijn dorst naar avonturen zoo rijkelijk gestild , dat ik mij
zelf mijn verlangen, om elders een rustiger bestaan te zoe-
ken , in zeker opzicht als ondankbaarheid aanrekende. In-
tusschen deed de aanmerking van mijn reismakker mij be-
denken , dat ik het avontuurlijke leven , waaraan ik mij reeds
ontrukt waande, nog niet geheel achter mij had. Toen ik
den Jarocho na kort stilzwijgen met eenige verlegenheid
mijn wensch mededeelde , om mij op het eerst onder zeil
gaand Amerikaansch vaartuig in te schepen , bracht hij mij
eerst op verdrietigen toon het dreigend aanzien van de zee voor
oogen, en herinnerde mij vervolgens aan mijn gegeven woord,
om hem op zijn tochtje naar Boca del Rio te vergezellen.
„In de eerste vier dagen zal geen schip er aan denken
kunnen , in zee te gaan ," zeide hij , en deze grond was
alles afdoend. Ik maakte dus eene vaste afspraak met
Carlos. Wij kwamen overeen , dat ik van deze vier dagen
van gedwongen wachten een met hem in Boca del Rio
doorbrengen zou , om hem bij zijne nasporingen behulpzaam
te zijn. Er werd verder afgesproken , dat Carlos zich
onverwijld naar dat dorp begeven, maar ik zoo lang in
Vera-Cruz blijven zou , als noodig was om de toebereidselen
tot mijn vertrek te maken. Ik hoopte evenwel , hem nog
dienzelfden avond in Boca del Rio, dat maar vier uren van
Vera-Cruz ligt, te zullen kunnen opzoeken.
1