Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
'trond, en zendt tegelijk een heirleger bloeddorstige insecten uit.
Slechts drie maanden lang brengt de stormachtige noordenwind
hier eenige zuivering teweeg; al den overigen tijd des jaars is de
lucht van Vera-Cruz door die giftige uitwasemingen verpest.
Toen ik met Carlos het dorp Manantial verliet, kondigden
onbedriegelijke teekens het nabijzijnd losbreken van een der
stormen aan, welke de noordenwind dikwijls aanbrengt.
Eene volmaakte windstilte , de gewone voorbode van onwe-
der, lag op het bosch, dat wij doorreden. Eene eigen-
aardige beklemdheid scheen in de gansche natuur te heerschen;
onze paarden hijgden onder de verstikkende hitte, niettegen-
staande wij hen opzettelijk stapvoets lieten gaan, en onze
longen smachtten te vergeefs naar de verkwikkende koelte
van de morgenlucht.
"Wij hadden pas eenige uren onder het groene bladerdak
afgelegd, toen wij een ontzagwekkend geruisch vernamen ,
dat boven het suizelen van het woud was uit te hooren.
Het was het rollen van de zee, welke wij meer en meer
naderden zonder haar nog te kunnen zien. Na weinig mi-
nuten waren wij eindelijk aan de kust en zag ik met ver-
rukking den wereldoceaan voor mij , die Frankrijks stranden
bespoelt, terwijl in de verte de torens en koepels van Vera-
Cruz in den zoimeschijn blonken en het fort San Juan de
Ulloa als eene rots uit de golven opstak , waarachter zich
de naakte masten der op de reede voor anker liggende
schepen tegen den horizont afteekenden. De toestand der
zee kondigde duidelijk den storm aan, wiens eerste voortee-
kens wij reeds in het bosch hadden bespeurd. De golven
rolden zwaar over het zandig strand en verbreidden een
eigenaardigen geur; de visschen sprongen onrustig boven
de watervlakte op; en de zeevogels fladderden met angstig
gekrijsch rond. Op eens ontstond eene breede scheur in
den donkeren sluier , en de bergen van Villa Eica teeken-
den de blauwachtige takken hunner spitsen op den donker-
blauwen grond des hemels af.