Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
maar knoopte zwijgend de zijden strikken van de greep
zijns degens los en bood die op de punt daarvan zijn tegen-
man aan. Dit beteekende, dat hij zich verwonnen ver-
klaarde. Deze laatste ridderlijke handeling nam alle harten
voor hem in, en niettegenstaande zijne neerlaag, deelde hij
met zijn mededinger de eer der overwinning. De mannen ^
omringden hem en leidden hem aan eene schenktafel; ook
Carlos voegde zich bij hen, en de beide kampioenen wed-
ijverden in kwistige mildheid, tot groote voldoening der
genoodigden, die' den brandewijn in lange teugen slurpten
en zich al in 't vooruitzicht verheugden , hoe zij de eerste
acht dagen op den schitterenden afloop van hunne feestviering
zouden kunnen pochen. Nadat ik den vreemde een tijd
lang ongestoord de vragen der drinkenden had laten beant-
woorden , stond ik juist op het punt van mij aan hem
bekend te maken , toen plotseling de algemeene aandacht
zich op een ruiter richtte, die met lossen teugel kwam
aanrennen. Deze was niemand anders dan de man , die den
vorigen dag den vreemden Jarocho in mijne tegenwoordigheid
beloofd had, hem te Manantial weer te zullen ontmoeten.
Bij 't zien van het bloed op het hemd van den vreemden
Jarocho riep de nieuw aangekomene : „Ei, ei, naar 'kmerk,
is het hier vroolijk toegegaan ? "
„Ifen verdrijft den tijd, zoo goed men maar kan, vriend
Ventura," antwoordde de gekwetste.
„Ha, heb ik 'tu niet gezegd?" riep de ruiter, terwijl
hij naar den hemel wees , die zich sinds eenigen tijd met
zware onweerswolken bedekt had ; „wij zullen aan de kust
druk werk krijgen. Hebt gij lust met mij mee te gaan?"
„Met hart en ziel," antwoordde de Jarocho , nam daarop
van ieder der aanwezigen met krachtigen handdruk afscheid,
besteeg zijn paard weder , en de beide vrienden verdwenen
in galop. Dit was ook het teeken tot scheiden voor al de
overigen; het fraaie tweegevecht tusschen Carlos en den
vreemde had het feest waardig besloten.