Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
vijand zijn , en ik hield voor mijn vriend Carlos mijn hart
vast. Toen het teeken gegeven werd , heerschte eene zoo
diepe stilte, dat men in weerwil van de menschenmenigte
het zacht gesuizel van den wind door de bladen duidelijk
vernam.
De beide partijen drongen woedend op elkaar in , zoodat
men had kunnen gelooven , dat zjj op leven en dood vochten;
maar telkens wisten zij onder de luide toejuiching der om-
standers door een behendigen zijsprong de gevaarlijke stooten
te ontwijken. Nu kliefden de klingen met akelig fluiten
de lucht, dan sloegen zij met luid kletteren tegen elkander.
Men kon intusschen duidelijk zien , dat de vreemde het meer
op de eer, dan op het leven zijner tegenpartij gemunt had,
en in deze gevechten bestaat al de eer daarin , dat men de
hand ongeschonden houdt; want eene verwonde hand is ook
voor den dappersten strijder eene onuitwischbare schandvlek ,
en zelfs het verlies des levens is niets tegen zulk een smaad.
De beide kampers hadden gedurende het gevecht ten
gevolge van het herhaald uitwijken reeds eene aanzienlijke
ruimte overschreden, en de belangstellende toeschouwers
drongen telkens na, zoo vaak zij hunne plaats veranderden.
Nog was geen van beiden gekwetst, toen op eens de degen
van den vreemde langs de kling van zjjn tegenman neergleed.
Eene halve seconde nog , en de gekwetste hand van mijn
gastheer had den degen laten vallen; maar eene vlugge
wending veranderde nog even tijdig de richting van het
dreigend staal , dat alleen den arm boven het vuistgewricht
een weinig schramde. Op 't zelfde oogenblik verfde zich
het hemd van den onbekende op den schouder met eene
purperroode vlek. De beide degens daalden te gelijker tijd;
de kamp was geëindigd , zonder dat ik had kunnen onder-
scheiden , wie van de twee het eerst was gewond geworden.
De zekere en geoefende blik van den kamprechter en van
de andere getuigen had echter deze vraag reeds beslist.
De vreemde wachtte hunne uitspraak dan ook niet eens af,