Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
42
partij waarschijnlijk voor te sterk gehouden en was wegge-
slopen op het oogenblik , toen de nieuw aangekomene de
aandacht van al de toeschouwers tot zich trok. De vreemde,
die wel een dier dolende ridders scheen te zijn , wie eene
gelofte de tong boeide, trad met trotsche houding aan een
der drankkramen, sloeg met een zwaren piaster hard op de
tafel en verlangde met gebiedenden wenk een groot glas
brandewijn , waarvoor hij het geldstuk betaalde. Vervolgens
bracht hij het glas aan den mond ; doch als een man , die
versmaadt, zijn moed met geestrijke dranken aan te vuren,
bevochtigde hij zich enkel de lippen en goot het glas toen
op den grond leeg. Volgens de begrippen der Jarocho's
kon men zich niet vorstelijker gedragen.
Terwijl alle tegenwoordigen den vreemde met welgevallen
en ten deele met bewondering aanzagen, trad Carlos op
mij toe en fluisterde mij in het oor : „Het ga, hoe 'twil,
ik moet de eer van ons dorp redden !" Vervolgens keerde
hij zich tot den vreemde en zei beleefd : „Met verlof! Mijn
smaak is altijd bijzonder op roode linten gevallen ; zijn u
die, welke gij aan de greep van uw zwaard hebt, als
prijs voor het eerste bloed goed ?"
„Met genoegen ," antwoordde de vreemde , nam zijn hoed
af, hield dien in de linker hand en ging naar de plaats ,
waar hij den degen in de aarde had gestoken. Carlos
ontblootte insgelijks het hoofd, en terwijl hij zijn degen
trok, volgde een wedstrijd van beleefdheid tusschen de beide
kampioenen, van wie geen zich het eerst weder dekken
wilde. Na tallooze complimenten liep het hierop uit, dat
beide Jarocho's tegelijk den hoed weder opzetten. De
oudste der omstanders nam op zich, de plaats van het
gevecht te bepalen; een ander werd tot scheidsrechter ge-
kozen , en nu plaatsten de beide kampvechters zich tegen
elkander over en wachtten het vastgestelde teeken tot den
aanval af. Wanneer de vreemde even behendig was, als
hij dapper en ervaren scheen , dan moest hij een geducht