Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
36
naar het suizelen van den wind. Daar verdichtte zich op
eens de lichte nevel, die , als nu , den hemel bedekte , trad
als eene wolk tusschen de sterren en mijne oogen , en nam
langzamerhand de gedaante van een mensch aan, in wien
ik duidelijk den afgestorvene herkende. Ik sloot de oogen,
en toen ik die weer open deed , was de wolk verdwenen.
Gij zult nu begrijpen , waarom ik u vroeg , of menschelijke
wezens de dooden kunnen oproepen , want gij zijt een Euro-
peeër en dus zeker een geleerd man."
Het bijgeloof is over het geheel in Mexico niet zeer
verbreid; maar bij de Jarocho's spelen toovenaars , duivel-
banners , spoken en talismans nog eene groote rol. 't Was
mij dus onmogelijk, mijn gastheer te overtuigen, dat de
opgewonden phantasie zich duizend drogbeelden kan voor-
spiegelen , die eenvoudig misleidingen van de zinnen zijn.
Carlos schudde ongeloovig het hoofd. „Ik wil toegeven
zeide hij , „dat de schim mijns broeders niet door eene
aardsche macht werd opgeroepen; maar dan heeft God zelf
hem tot mij gezonden , en daarom ben ik ook vast besloten ,
geen dag langer dan morgen in Manantial te blijven. Na-
tuurlijk zouden mijne nasporingen van meer gevolg zijn ,
indien 't mij gelukte , een vriend te vinden , die mij op mijne
tochten vergezellen en mij met raad en daad bijstaan wilde."
„Ik zal met u gaan zeide ik , „en u des noods bijstand
leenen."
„Ik dank u van harte," antwoordde Carlos. „Overmorgen
dus breken wij op."
Nadat dit bepaald was, strekten wij ons onder het schutdak
voor de hut op onze dekens uit. Een koele wind begon
de hitte A^an den dag te matigen ; de sprinkhanen in het
gras verstomden, en op de weideplaatsen laafden zich de
kudden aan de verfrisschende nachtlucht. Door het ritselen
der bladen gewiegd, luisterde ik nog een tijd lang naar
de nachtelijke stemmen van het woud, en verzonk toen
in een diepen slaap , waarin verwarde droomen mij de ont-