Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
34
eene uitlokkende beschrijving van de vermakelijkheden , die
mij den volgenden dag wachtten. Nog was hij daarmee
niet ten einde , toen wij Manantial reeds naderden, 't Was
onderwijl donker geworden , en eenige hier en daar door
het bosch heen schijnende vuren duidden ons de richting
aan, waarin het dorp lag. Spoedig bereikten wij eene
kleine uitkapping in het bosch, waar verscheiden bamboes-
hutten met daken van palmbladen verstrooid stonden, en
schilderachtig gekleede vrouwen en meisjes tot voorbereiding
tot het feest naar de slepende tonen eener mandoline
dansten.
Wij reden zonder oponthoud naar de hut van den Ja-
rocho, die aan het uiterst einde van het dorp midden in
een kleinen tuin lag, waarin eenige geiten rondliepen.
Groote banaanboomen, met sappige vruchten beladen, over-
schaduwden met hunne breede bladen de kleine bezitting.
Het inwendige der hut bestond uit drie vertrekken , die door
biezen matten van elkaar gescheiden waren. In de eene
afdeeling bereidde eene oude vrouw , de moeder van mijn
gastheer, het avondeten aan een haardstede , wier roodach-
tige vlam de gansche woning verlichtte. Terwijl wij voor
onze paarden zorgden, had mijn geleider haar in het kort
de bijzonderheden van onze ontmoeting meegedeeld, en pas
waren wij binnengetreden, of het maal , dat uit rijstepap ,
geroosterde bananen en roode bonen bestond, werd reeds
opgedragen. Toen wij van tafel opstonden, verdween de
moeder van den Jarocho ; maar wij sti-ekten ons op onze
deken voor de open staande deur uit, en lieten het oog
over de onafzienbare savannen dwalen , die zich ten zuiden
van het dorp uitstrekken.
In heete landen blijft men lang wakker , want de zwoele,
door den nachtwind slechts weinig bekoelde lucht en de
steken der muskieten verjagen dikwijls den naderenden slaap.
Zeer dicht bij onze hut bewoog de koelte het gras der
savanne , en haar zacht ruischen vermengde zich met het