Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
„Hadt gij op hem gemikt ?" vroeg de Jarocho , mij ver-
wonderd en half verschrikt aankijkend.
„Natuurlijk," antwoordde ik hem op barschen toon ; „en
daaruit kunt gij zien, dat het soms gevaarlijk is, over
iemand te lachen , dien men niet kent."
De Jarocho hield zijn paard staande , en terwijl hij de
eene hand in de heup zette en met de andere zijn lichten
stroohoed vaster op het hoofd drukte , riep hij uit: „Heer
onbekende, ik ben van eenen stam , die niet veel spreekt,
maar snel handelt, 't "Was mijne bedoeling niet, u te be-
leedigen; maar zoo gij twist met mij zoekt, sta ik tot uw
dienst en zal niettegenstaande de ongelijkheid onzer wapens
mijn best doen." En met die woorden trok hij zijn blanken
degen uit den lederen ring, die tot scheede diende, en
zwaaide hem boven zijn hoofd.
Een tweekamp in de Amerikaansche wildernis, zonder
andere getuigen dan de vogels des wouds , leek mij toch te
avontuurlijk toe , om er mij mee in te laten. Ik nam dus
wat zachter toon aan en zeide , dat ik met zijne verklaring,
dat hij mij niet had willen beleedigen , ten volle tevreden was.
„Dat verheugt mij ," riep de Jarocho , mij de hand toe-
stekend ; „want ik heb buitendien nog een ding af te doen ,
en als ik met u had gevochten , voordat die zaak uit de
wereld is, zou ik een zeer ernstigen plicht hebben verzuimd."
Na deze wederzijdsche verklaringen reden wij door. Ik
herinnerde mij nu de laatste woorden, welke de beide
ruiters, die mij bij mijn spel met Cecilio stoorden, met
elkaar gewisseld hadden, en om aan het gesprek eene
andere wending te geven, vroeg ik den man : „Naar ik
gehoord heb , is er morgen een feest te Manantial ?"
•„Ja," antwoordde hij mij ; „en als gij daar deel aan wilt
nemen, zal u de vertraging van uwe reis niet berouwen.
Daar in Manantial geen herberg is , verzoek ik u, bij mij
af te stappen."
Ik nam die vriendelijke uitnoodiging aan , en hij gaf mij
3