Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
daarop in de stofwolken, die onder de hoeven van zijn
geliefden kameraad opstegen. Ik bleef alleen en voelde een
oogenblik neiging, om mijne woede tegen den armzaligen
klepper uit te laten, dien ik voor mijn uitstekenden renner~
in plaats had gekregen. Intusschen was dit slechts eene
voorbijgaande zwakheid. Onder de menigvuldige wisselingen
van een avontuurlijk leven had ik mij de moeielijke deugd
van matiging en zelfbeheersching eigen gemaakt, en bui-
tendien had mij dit laatste ongeluk onder zoo kluchtige
omstandigheden getroffen , dat ik mij ten laatste op 't gras
nederwierp en het hardop uitschaterde.
5. DE JAROCHOS.
Het verlies van mijn wakker paard dwong mij , mijn plan
te veranderen; want, bereden als ik nu was, kon ik er
niet meer aan denken, Yera-Cruz nog dezen avond te
bereiken. Ik besloot dus , in Manantial , een klein dorp ,
dat op zijn hoogst een uur ver lag , te overnachten. Daar
ik onder deze omstandigheden tijd genoeg had , kon ik dien
niet beter besteden , dan met in den lommer der boomen
mijne middagrust te houden. De plaats , waar ik mij bevond ,
was uiterst schilderachtig. Smalle voetpaden , welke de bijl
door het dichte hout had gebroken, kruisten elkaar in
verschillende richtingen, terwijl aan beide zijden dezer
wegen de weelderigste plantengroei den mensch den door-
tocht- sloot. Tusschen de dadelpalmen , welker geweldige ,
glanzige twijgen tot op den grond neerhingen , schommelde
de slanke kokospalm zijne waaiervormige bladen, en de
opengeborsten zaaddoozen des zijdebooms strooiden hare
witte vlokken rond. Het aanzien dezer bosschen verandert
in den loop van een dag verscheiden malen. Om het mid-
daguur buigt zich de geweldige plantengroei, -van den
trotschen palm tot het nederig mos , dat zijne wortels dekt ,
onder het wicht der gloeiende zonnestralen ; een heete wind