Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
De ruiter vond mijne zwarigheid gegrond en zeide tot
zijn geleider: „Wij hebben buitendien niet veel tijd over
en moeten hier scheiden. Als 't mij mogelijk is, ontmoet
• ik u morgen op het feest te Manantial."
„Tot morgen dan !" antwoordde de Jarocho , en de beide
ruiters verwijderden zich in verschillende richtingen. Wij
namen terstond ons afgebroken spel weer op, en met be-
vende hand nam ik de eene kaart na de andere af. Mijn
hart klopte met geweld ; want ik zou misschien den trouw-
sten makker op mijne vijfjarige reizen verliezen! Cecilio
droogde zich bestendig de zweetdroppels van het voorhoofd.
Op eens stiet hij een kreet uit, die mij door merg en been
ging, en riep: „Gij hebt verloren, heer! Uw paard is
mijn! Maar waarlijk, 't zou mij aan 'thart gaan, uw
fraaien zadel op een zoo leelijken knol te zien, en nog
meer zou 't mij bedroeven, als ik 't van u gewonnen paard
niet opsieren kon, als voor een zoo heerlijk dier past.
Zoudt gij geen lust hebben, om ook nog om den zadel
te spelen?"
Dat was te veel. Door zulk eene verregaande onbe-
schaamdheid verbitterd, riep ik, hem met mijn pistool
dreigende : „Pas maar op, dat ik u niet met geweld een
paard afneem, dat een schoft als gij niet verdient te rijden."
Cecilio antwoordde op deze bedreiging door de zadels der
beide paarden te verwisselen , zich op mijn ros te werpen,
de sporen in te zetten en mijn jachthond te fluiten, die
deze plotselinge scheiding van den heer van zijn paard met
onrust had aangezien. Ik floot hem insgelijks, en de arme
hond zag zich voor het eerst in de noodzakelijkheid ge-
bracht, om tusschen zijne beide sterkste neigingen te kiezen.
Eerst volgde hij het paard en had dat met bliksemsnelheid
ingehaald; toen kwam hy met biddende en vochtige oogen
tot mij terug, en het stuipachtig trillen van zijn geheele
lichaam verried , wat zware strijd in zijn binnenste voorviel.
Eindelijk brak hij in een langgerekt huilen uit, en verdween