Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
doch spoedig kwam de idee mij zoo buitengewoon origineel
en kluchtig voor , dat ik mij tot het spel bereid verklaarde.
Volgens het algemeen gebruik in Mexico was Cecilio op
reis steeds van een spel kaarten voorzien. Wij gingen dus
aan een kant van den weg onder een boom tegen elkaar
over zitten , en de hond strekte zich hijgend op het zand
uit, terwijl mijn paard , dat zeer naar den stal scheen te
verlangen , ongeduldig den bodem opwoelde. Bij het aanzien
van het edel dier , dat mij wellicht spoedig niet meer zou
toebehooren , kreeg ik een oogenblik berouw ; maar het was
nu te laat. Cecilio reikte mij het spel kaarten toe en zei met
een deftig gezicht: „Gij zult mij toch wel de eer doen,
af te nemen?"
Ik beefde bij de gedachte aan mijn gewone ongeluk in
bet spel, en nam met onvaste hand twee kaarten af, van
welke Cecilio de eene koos, terwijl de andere voor mij
bleef. Na ongeveer een half dozijn kaarten te hebben afge-
nomen , won ik de eerste partij. Cecilio vertrok zijn gezicht
niet; reeds hoopte ik, dat het fortuin mij ditmaal toch eens
gunstig zou zijn, maar het tweede spel verloor ik. Nu
hadden wij nog de derde , beslissende partij te 'spelen.
Wij beiden waren zoo in onze kaarten verdiept, dat wij
twee op ons toekomende ruiters eerst bemerkten , toen zij
dicht bij ons stonden. Ilet gemompel hunner stemmen
maakte mij opmerkzaam; ik koek op en zag in den eersten
van de twee het volmaakte beeld van eenen Jarocho. Zoo
noemt men namelijk de landlieden dor kuststreek van Vera-
Cruz. Hij droeg de dit volk eigenaardige kleeding in hare
gansche reinheid: een stroohoed met breeden, achter opwaarts
geslagen rand; een rood en geel geruiten doek, die onder
don hoed over nek en schouders neerviel, om deze tegen
de gloeiende zonnestralen to beschutten; een hemd van fijn
linnen, en een korte, blauw fluweeleii broek. Aan zijn
scharlakenrooden gordel hing een rechto sabel mot hoornen
greep, zonder gevest en scheede, en haar scherpe kling