Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Antigua aan. Eene uit zeven bogen bestaande , koen over
den afgrond geslagen brug getuigt nog tegenwoordig van
de grootheid van Mexico's vroegere bewoners.
Sinds ons vertrek van Jalapa was de hitte allengs toege-
nomen. Mijn paard , een edel dier van Arabisch ras,
ademde met verrukking den heetcn wind in , die over het
gras streek en het aan zijne vaderlandsche woestijnen her-
innerde , en 't gaf zijne blijdschap daarover door luid brieschen
té kennen. De hond daarentegen snuffelde hijgend en met
de tong wijd uit den mond vruchteloos naar een dauwdroppel
op het dorre gras om.
Vermoeid van een marsch , die zich ver boven mijne
berekening verlengde , hield ik een oogenblik halt. Ik nam
mij voor , spoedig weer op te breken , om nog dienzelfden
avond te Vera-Crüz te zijn , waarheen Cecilio mij den
volgenden dag zou nakomen , ingeval zijn paard tegen do
inspanning niet mocht zijn opgewassen; doch het toeval
beschikte dit anders. Cecilio, die was aelitergebleven,
liaalde mij weer in , juist toen ik opbreken wou. Het zweet
stroomde hem bij de verhitte wangen neer , en zijne anders
zoo rustige trekken verrieden eene geweldige innerlijke
opgewondenheid. Mijne verwondering nam toe , toen hij tot
dicht bij mij opreed; want het was de eerste maal, dat hij
zich zulk een vergrijp tegen het respect veroorloofde.
„Heer ," zeide hij mij , „als de berichten waar zijn , die
ik onder weg heb ingewonnen , dan komen wij nu op 't ge-
bied van de gele koorts , en ik kom er rond voor uit, dat
ik het zwak heb van nog al wat prijs op mijn arme leven
te stellen. Met uwe genadige toestemming zal ik daarom
dan ook zoo vrij wezen , u niet verder te volgen."
„'tis waar ," antwoordde ik hem , „do gele koorts begint
al in deze streek , en zij tast bij voorkeur weldoorvoede lui
van uw slag aan. Ik wil u dus niet tegenhouden. Moge
't paard , dat ik u tot loon voor uwe goede diensten schenk ,
u behouden en wel naar Mexico dragen."