Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
(Icii grond, voordat ik nog een woord had kunnen uit-
brengen.
„Waarachtig ," zei Juan met groote bedaardheid, terwijl
hy zijn nog rookend wapen weder over den schouder hing;
„de knaap was onnoozel genoeg , om in de val te gaan."
En mot deze woorden begon hij een deuntje te fluiten
en zette, zonder eens naar den doode om te zien , zijn
weg voort.'
„Iloor, vriend Juan," zeide ik, terwijl ik aan zijne zijde
reed; „gij zijt een trouw dienaar van den kapitein, hoewel
ik voor korte oogenblikkcn nog het tegendeel vermoedde.
Maar in dit alles ligt een geheim , waarvan ik geen hoogte
kan krijgen en voor welks opheldering ik u wel heel graag
een piaster zou geven."
„Ik ben geheel tot uw dienst," antwoordde Juan, den
piaster opstokende, dien ik hem in de hand had gedrukt,
„want een zoo milden biechtvader, als gij zijt, vindt men
niet iederen dag." En hierop ging hij verder : „Gij kunt
wel begrijpen, waarde heer, dat ik, wat daar zoo pas
gebeurd is, op order van den kapitein heb gedaan. Had
hij dezen ellendigen schurk laten doodschieten, dan was
dit in de oogen der gerechtigheid eene daad geweest, die
hem duur had kunnen te staan komen ; maar liad hij hem
aan de rechters overgeleverd , dan was wel vooruit te zien,
dat die hem zouden hebben vrijgesproken, 't Eenvoudigste
was , dat wij hem zijn loon gaven , terwijl hij zocht te ont-
snappen ; want dat is ons niet alleen geoorloofd, maar
zelfs door de wet voorgeschreven. De poging tot ontvluch-
ten van den roover was dus enkel een val, die tusschen
den kapitein en mij was afgesproken en waarin de sukkel
dom genoeg was, zich te laten vangen."
„Maar," vroeg ik, „wat heeft uw kapitein tegen een
man , met wien hij vroeger in vriendschappelijke betrekking
schijnt te hebben gestaan ?"
„Dat is eene andere vraag," antwoordde Juan. „Mijn