Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
zich onkenbaar te maken. De gevangene , die zich Thomas
noemde, verlangde bij den kapitein te worden gebracht,
en ik ging dus met hem in de hut , waar don Bias rustte,
't Gelaat van den kapitein werd , zoodra hij den roover te
zien kreeg , nog lijkkleuriger , dan het reeds was , en een
blik vol haat schoot uit zijne half gebroken oogen , terwijl
hij de blauwe lippen krampachtig samentrok. De ontstel-
tenis , die men een oogenblik in de trekken van den ge-
vangene lezen kon , maakte nu voor eene uitdrukking van
onbeschaamde driestheid plaats. „Wat duivel, don Bias!"
riep hij uit; „gij gevaarlijk gewond ? Bij me ziel, dat
spijt me. Ook hoor ik, dat het zilvertransport voor een
groot deel gekaapt is. Verbeeld je, en daar wil men mij
mee de schuld van geven ! Zoo waar God leeft, ik geloof,
dat het een booze droom is , die mij plaagt."
„Ik vrees , dat het iets ergers dan een droom is , don
Thomas ," bracht de kapitein met moeite uit.
„Wat beduidt die koele ontvangst?" vervolgde de roover.
„Zijt gij misschien over die ontmoeting minder blij , dan
ik dat ben?"
„Integendeel," antwoordde don Bias; „ik ben blij , u
in mijne macht te hebben."
„Ik versta u niet," zeide de roover met stalen voorhoofd.
„Gij zult mij terstond wel verstaan ," hernam don Bias.
„Mijn voornemen is , u als straatroover en moordenaar
zonder omstandigheden voor den kop te doen schieten."
De blik van den kapitein, waarin een onverzoenlijke
haat lag, helderde zijne woorden op eene te duidelijke
wijze op , om den roover niet voor een oogenblik zijne
stoutmoedigheid te doen verliezen. Daar hij nogtans inzag,
dat zijne verwarring don Bias slechts nog driester maakte ,
zocht hij zijne onrust te ontveinzen, en zeide na eenige
minuten met vrij vaste stem : „Gij wilt mij voor den kop
laten schieten ? Dat kan u geen ernst wezen ; want ik
ben niet zoo geheel zonder vrienden, als gij misschien