Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
dennen verdicht had, op het bemoste aardrijk neder , van-
waar hij in dunne wolken weer opsteeg, om in het don-
kerblauwe luchtruim te verdwijnen. Te midden van een
noordschen plantengroei onder een zachten en helderen
hemel begon men reeds iets van de weelderige pracht der
heete zone te bespeuren.
Wij hadden nog niet lang gereden, toen wij een nieuw
en tastbaar bewijs vonden, dat wij den boosdoeners op het
spoor waren. Don Bias, die een stuk hout op den weg
zag liggen, steeg af en raapte dat op. 't Was het deksel
van eene der kleine kisten , waarin de geldzakken verpakt
waren geweest. In spijt van mijne tegenwerpingen verzocht
de kapitein mij dringend, hier op de plaats te blijven, en
joeg toen zelf in galop vooruit. Spoedig was hij achter
eene kromming van het pad verdwenen, en ik bleef alleen
achter, terwijl ik mij vruchteloos moeite gaf, om mij zijn
bevreemdend gedrag te verklaren. Een kwellende argwaan,
dien ik sinds eenige uren te vergeefs poogde te onder-
drukken , keerde met vernieuwde sterkte terug. En wer-
kelijk kon ik er thans bezwaarlijk nog aan twijfelen, of don
Bias moest met de roovers in verstandhouding staan en het
er nu op toeleggen, hen zonder getuigen te ontmoeten.
Op eens werd ik door een verwijderd schot, dat de diepe
stilte van het woud afbrak, uit mijne overdenkingen opge-
schrikt , en kort daarna verbeeldde ik mij , den flauwen
weergalm van een angstkreet op te vangen. Ik luisterde
scherp toe; doch alles bleef verder stil. De voorzichtigheid
gebood mij, om te keeren, want alleen kon ik den kapitein
toch van geen nut zijn. Toen ik op de plaats kwam, waar
don Bias en ik kort te voren van ons volk waren afgegaan,
schoot ik mijne beide pistolen achter elkaar af. Tot mijne
groote blijdschap zag ik kort daarna onze manschappen
terugkomen, en ik deelde hun het gebeui-de in korte woor-
den mede.
„Die verwenschte schoften!" riep Juan. „Vooruit, mannen,