Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
14
volging onverwijld te beginnen. Ik sloot mij bij hen aan
en wij namen terstond de richting naar La Hoya. Links
van den weg was het terrein met kloven en afgronden
doorsneden en dien ten gevolge in het donker ontoegangbaar;
maar rechts strekten zich boschrijke bergen uit, waarheen
de roovers zich waarschijnlijk gewend hadden. Daar de
brandende takken ons verraden konden, moesten wij die
weer uitdoen, toen wij een smal voetpad hadden bereikt,
waarop wij in weerwil van den steenachtigen bodem eenige
sporen van de vluchtelingen meenden te bemerken. De
door de hoop op eene rijke belooning aangevuurde soldaten
betoonden al den ijver van jachthonden , die op een hert
worden aangehitst; alleen de kapitein scheen zijne taak
ongaarne te vervullen en zijne op korten toon gegeven
orders verrieden eene zekere angstvalligheid. Van tijd tot
tijd steeg een der ruiters af en legde het oor op den grond;
maar buiten het ruischen van den wind was niets te ver-
nemen. Toen wij eindelijk op weeker bodem kwamen,
stapte de helft onzer manschappen van de paarden en begon
met behulp van de brandende sigaar den bodem duim voor
duim te onderzoeken. Ontelbare sporen liepen hier door
elkaar heen; doch na eenige minuten liet een der soldaten
een vreugdekreet hooren, daar hij den duidelijken afdruk
van twee muilezelshoeven had ontdekt, en in den eenen
duidden de dieper ingedrukte spijkerknoppen aan, dat het
eene ijzer van het dier minder afgesleten was geweest, dan
het ander. Dit waren dus ongetwijfeld de voetstappen van
een der muildieren, welke men dien morgen nieuw had
moeten beslaan. Van dit oogenblik hadden wij de zekerheid,
dat wij niet meer maar op goed geluk afgingen, en er
heerschte dus eene algemeene opgewektheid. Wij volgden
de voetsporen en kwamen zoo aan eene opening in het
bosch , waarop verscheiden voetpaden uitliepen. Hier raakten
wij het spoor der roovers op nieuw kwijt, en hoewel het
hout in alle richtingen doorzocht werd, bleven al onze be-