Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
13
in de eene hand zijne pakdieren een voor een belichtte,
trok hij zich met de andere de haren uit het hoofd of
droogde het zweet, dat hem niettegenstaande de koude van
het voorhoofd droop. „Ik ben een verloren man, bedorven
en te gronde gericht!" jammerde hij telkens, maar waagde
toch niet, zijne lastdieren te tellen, uit vrees van daardoor
de zekerheid van zijn ongeluk te verkrijgen. Ten laatste
maakte hij daar echter een begin mee , terwijl don Bias,
wiens gezicht zelfs bij het roodachtig licht der brandende
dennetakken doodsbleek zag, onbewegelijk in den zadel bleef.
Toen mijn oog op hem viel, schoten mij de woorden van
'Cecilio te binnen, want niets in zijne trekken verried de
smartelijke teleurstelling van een man , die uit achteloosheid
of ongeluk de vervulling van een plicht heeft verzuimd.
„Acht gij het niet noodig," vroeg ik hem, „de roovers
na te zetten , die nu hun buit in veiligheid brengen en welke
elk oogenblik verder van ons verwijdert ?"
„Natuurlijk , ja," riep hij haastig ; „maar wie zegt u ,
dat iets aan het transport ontbreekt ?"
„God geve 't, om wille van dezen armen man !" ant-
woordde ik , op den arriero wijzend , die met een bangen
kreet aan zijn schrik lucht gaf. „Vijf, heer kapitein , vijf
muildieren ontbreken ! In één nacht is voor mij de vrucht
van twintig jaren hard werkens weg ! Ach , don Bias!
bij 't leven uwer moeder bezweer ik u, mij de geroofde
dieren terug te bezorgen! De helft van de som behoort u!
Ach, waarom hebt gij geraden, dezen avond zoo ver te
gaan, en waarom heb ik uw raad gevolgd!"
Met deze woorden slingerde de ongelukkige arriero zijn
fakkel weg en zette zich zelf half wezenloos op den grond
neêr. Daar de kapitein zich toch zeker verplicht rekende,
om iets tot verhelping van het kwaad te beproeven , dat
zijn onverstandige of strafbare raad hier berokkend had,
zoo koos hij onder zijn volk twaalf van de best beredenen
uit en liet die zich van dennetakken voorzien, om de ver-