Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
nog tijd gehad had, om de grootheid van het gevaar te
beseffen, waaraan ik ontsnapt was. 't Yerscheelde weinig,
of een sprong van mijn paard had mij in den afgrond ge-
slingerd ; doch met Gods hulp gelukte 'tmij, in den.zadel
te blijven en van de plaats des gevaars weg te komen.
Plotseling knalde een schot; een kogel floot mij dicht bij
het oor langs, en uit den afgrond onder ons ging een
geschreeuw op , dat met talrijke schoten werd beantwoord.
Nu ontstond eene onbeschrijfelijke verwarring. De muil-
dieren, door 't van alle kanten klinkend geluid der klokjes
misleid en verbijsterd, verstrooiden zich en liepen hier en
daar met de koppen tegen elkander in ; tallooze schoten
werden door de bergwanden weerkaatst; bij 't flikkeren van
het geweervuur zag men van tijd tot tijd de roode rokken
der lansiers, die op goed geluk hunne karabijnen losten;
de kogels gierden door de lucht en het geschrei van den
radeloozen arriero klonk soms boven al dat tumult uit.
Mijn verschrikt paard had mij reeds tamelijk ver van de
kampplaats weggedragen, voordat het mij gelukte, het tot
omkeeren te dwingen. Toen ik het transport weder be-
reikte , had het gevecht opgehouden en waren de bandieten
verdwenen. Don Bias , die zijne volle koelbloedigheid had
behouden, drukte mij zwygend de hand; maar ik had den
tijd niet om hem iets te vragen, want de arriero wierp
zich met een fakkel in de hand tusschen ons en riep smee-
kend om hulp. Op bevel van den kapitein stegen eenige
soldaten van het paard en sneden dennetakken af, die zij
vervolgens als fakkels aanstaken. Het bleek nu, dat ver-
scheiden muildieren uit zware wonden bloedden, en dat ook
twee soldaten, denkelijk door hunne eigene kameraden ge-
troffen , waren gekwetst geworden. Eindelijk lag ook in
eene niet zeer diepe kloof, welke de fakkels flauw ver-
lichtten, een drijver met den dood te worstelen. Het was
de man, die Valeriano herkend had en daarvoor met zijn
leven had moeten boeten. Terwijl de arriero met de fakkel