Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
dat ik de koele bedaardheid van den kapitein bewonderde,
op wien eene zoo zware verantwoording rustte. De arriero
draafde, op 't gevaar af van zijn nek te breken, bestendig
langs den trein op en neer, zoodat de vonken uit de ijzers
van zijn muildier spatten. Deze arme man boezemde mij
eene levendige deelneming in, want zijn vermogen en zijne
gansche toekomst stonden op het spel, en met een angst,
die mij zeer deed , begon hij telkens op nieuw zijne last-
dieren te tellen.
Toen het ten volle donker was geworden, splitste don
Bias zijn escorte in twee helften. Met de eerste stelde hij
zich aan de spits van den troep, en het commando over
de achterhoede droeg hij aan den onderofficier Juan op.
Zoo trokken wij een geruimen tijd onder een diep stilzwijgen
voort, dat alleen door het klokje van het voorop gaand
muildier en door den hoefslag der overige dieren werd af-
gebroken. Mijn geest hield zich voortdurend met de voor-
vallen van den verloopen dag bezig: het verdwijnen van
Victoriano, het verliezen der hoefijzers en de bevreemdende
matheid der dieren. Intusschen was ik nog ver van aan
verraad te gelooven, toen mijn dienaar Cecilio mij op zij
kwam rijden en mij haastig toefluisterde: „Zoo gjj mijn
raad wilt hooren , heer, dan blijven wij geen minuut langer
hier, want er zullen wonderlijke dingen gebeuren."
„Waar zouden wij midden onder deze rotsen en afgronden
heen?" antwoordde ik hem. „Wij kunnen immers geen
twee passen van ons af zien. Maar wat is er dan eigenlijk?"
„Eenvoudig, dat Victoriano weer heimelijk tusschen ons
in is geslopen. Dat heeft niets goeds te beduiden."
„Zijt gij daar zeker van?" vroeg ik verbaasd.
„Ik heb hem zelf gezien; maar dit is nog niet alles.
Voor nu ongeveer een kwartier was ik een weinigje achter-
gebleven, wat mij met dit verwenschte paard al gedurig
overkomt, toen mij twee ruiters inhaalden, zonder mij te
zien, daar ik juist achter eene uitspringende rots was. De