Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
vermeerderd en zullen in eene of andere kloof wel met ons
handgemeen worden. De tijden zijn helaas voorbij, toen
men de Castiliaansche vlag maar aan het hoofd van een
geldtransport had te laten waaien, om er alle gevaar van
af te weren."
„Ik hoop," antwoordde ik hem, „dat een onder uw bevel
staand escadron de Spaansche vlag ten volle zal vervangen."
„God geve 't!" zuchtte don Bias, „ofschoon ik mij de
gevaren, die wij loopen, niet ontveins. In allen gevalle
zal ik mijn plicht doen."
Inderdaad moesten twee millioenen piasters in gemunt zil-
ver voor al de roovers der provincie een te aanlokkender
buit zijn, daar de weg van Mexico naar Yera-Cruz op ver-
schillende plaatsen door dicht hout, diepe kloven en enge
holle wegen leidt, die tot eene hinderlaag uitmuntend ge-
schikt zijn.
Ik was pas eenige uren onder mijne nieuwe reisgenooten,
toen ik ook reeds het verlangen naar eenige verstrooiing
op den eentonigen marsch door een bar land in mij voelde
opkomen. Don Bias was wel een vroolijk heer, maar zijne
anecdoten en invallen misten het aantrekkelijke van de
nieuwheid. Oneindig beter bevielen mij de vertellingen en
gezangen van Victoriano, een der muildierdrijvers. Iedere
rustplaats gaf hem gelegenheid, om iets nieuws op te disschen.
Als dus 's avonds de van hunne kostbare vracht ontlaste
pakdieren hun maïs verteerden en de schildwachten hunne
posten hadden betrokken, terwijl de overige soldaten zich
bij hunne wapens te slapen legden, legerde ik mij met den
kapitein bij een der wachtvuren, om naar Victoriano te
luis'teren, die onuitputtelijk was in interessante verhalen en
in liederen, welke hij met zijne mandoline begeleidde.
Toen wij op den vijfden of zesden dag van onze reis de
kleine vesting Perote bereikten, zeide Victoriano tot mij:
„Gij moet die vesting eens bezoeken, die in vele opzichten
merkwaardig is. Als gij dan van avond weer bij ons komt.