Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
152
dat ik de stem van een elch hoorde. „Och, 'tis dezelfde,"
antn^oordde hg. Ik beweerde het tegendeel, stond op en
luisterde scherp. Nu gaf hij mij toe, dat het een ander
dier was. Mijn gevoelen steunde op de omstandigheid , dat
het dier met een geheel ander geruisch dan het vorige
naderde, want dit hier kwam met onstuimige vaart en het
kraken der takken getuigde van de zwaarte van zijn gewei,
terliv^jl wij het te voren met een jong, schuw dier te doen
gehad hadden. Pas was Glode overtuigd, dat het thans
optredend dier niet weer het vorige was , of hij maakte
zich gereed, om het naar eisch te ontvangen. Joe moest
achter de rots gaan en het wild door zachte tonen aan-
lokken , en hij zelf vatte toen met mij in de struiken voor
de rots post. De ijver van den ouden Indiaan was zoo
groot, dat al zijne ledematen trilden. Daar de nacht slechts
door enkele sterren verlicht werd, twijfelde ik, of ik mijn
wit wel zou treffen. Intnsschen verried een luid gerucht,
dat het dier den zoom van het bosch verlaten had, en
tegelijk liet Joe een roep hooren, om het naar ons toe
te lokken. Eens bootste hij, door zijn horen tegen een
tak te wrijven, 't geluid, dat het dier maakt door zijn
gewei tegen de takken te stooten, zoo bedriegelijk na, dat
ik Glode toefluisterde, dat een tweede eland achter ons
moest zijn. Ditmaal had dat kunststukje het beste gevolg,
want terstond kwam het dier in een snellen draf, en weldra
hoorde ik duidelijk , hoe het zware lichaam zich door het
hooge moerasriet bewoog. Daar streek het zwarte gevaarte
bij mij langs, en ik gaf atiut. Het dier scheen stil te staan,
want zijn getrappel hield op, en toen de kruitdamp was
weggetrokken, geloofde ik , zijne donkere omtrekken nog
altijd te onderscheiden. Nu brandde ook Glode los; het
dier holde, schijnbaar getroffen, naar den boschkant en
wij hoorden het door kreupelhout en struiken heenbreken.
Nu keerden wij naar onze rots terug en wachtten daar,
tot Joe verscheen. Nadat de Indianen een kort gesprek