Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
149
oneffenheid van den grond slechts stap voor stap naderde.
Het had den geweldigen kop voorover gebogen, alsof het
scherp luisterde; zijn rug was niet zichtbaar, daar het zich
door dicht kreupelhout een weg baande. Ik liet het tot op
ongeveer dertig passen nader komen, legde toen aan en
vuurde. Met den slag stortte de reus neer, en de donde-
rende stem van den ouden Glode riep mij uit de verte toe:
„Braaf! Nu hebt gij toch een eland geveld!" Met bran-
dend ongeduld wilde ik naar het gevallen offer snellen;
doch Joe riep mij waarschuwend na: „Neem u maar goed
voor de hoeven in acht!" Ook Glode was nu toegeschoten,
en daar hij zag , dat het dier niet dood was , ried hij mij ,
het met een tweeden kogel af te maken , maar daarbij voor-
zichtig te zijn, wijl deze dieren zich vaak met de inspan-
ning hunner laatste krachten op hunne vervolgers werpen.
Ik hield mij dus op een behoorlijken afstand, terwijl de
beide Indianen zich achter boomen dekten, en gaf vuur.
Ofschoon de kogel door den schouder naar de streek van
het hart indrong, sprong het dier toch nog eens op en zag
met woeste blikken rond , alsof het zijn vijand zocht. Intus-
schen vermocht het zich nog slechts een oogenblik staande
te houden en stortte toen neer. Ik bevond nu, dat reeds
mijn eerste kogel, die de ruggegraat had getroffen , doode-
lijk was geweest. Terwijl ik mijn buit met groote zelfvol-
doening monsterde, sneed Glode een rechten tak van een
jongen boom en mat daarmee de hoogte van het dier van
den schouder tot den hoef. 't Bleek, dat het bij do zeven
voet hoog was , niettegenstaande het volgens de berekening
der Indianen eerst drie jaar oud kon zijn. 't Gewei was
tot mijn spijt slechts klein en hier en daar door heftige
stooten afgebroken. De bijlen mijner makkers scheidden nu
den kop van den romp , en toen werd het gansche lichaam
in stukken gehakt. Nadat de huid afgestroopt en de ver-
schillende ledematen afgekapt waren , werden deze, met uit-
zondering van de bouten, die ons tot middag- en avond-