Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
schuimende water, dat de kogels den bêer niet op de aan-
geduide plaats troffen. Het monster schudde eenvoudig zijn
geweldigen kop, waarbij hem echter toch bloedig vocht
neer droppelde.
Eenige oogenblikken nog duurde deze zware kamp tusschen
den razenden beer en de mannen in de kano, die zijne
aanvallen telkens wisten te ontwijken en bij het gehuil van
hun vervolger het diepste stilzwijgen in acht namen. Wij
hadden ondertusschen onze buksen weer geladen en gaven
ten tweeden male vuur; doch, daar de boot voortdurend
onder onze voeten slingerde, op nieuw met weinig gevolg.
Intusschen werd toch de ruimte tusschen ons en onzen
vervolger merkbaar grooter en scheen het wel, dät afmatting
of moedeloosheid den vluggen zwemmer zijne beweging deed
vertragen. De roeiers wierpen zich met alle kracht op de
riemen en brachten ons met razende snelheid vooruit. „Zoo
is 't goed! " riep de Canadaan. „Nu een oogenblik bedaard,
als 't mogelijk is. De kano danst niet meer zoo; ik kan
nu den dollen duivel een stuk lood geven, waar ik zijn
zwarten snuit onder zijne lange haren zie glimmen."
„Dat niet!" sprak het opperhoofd. „Bewaar uw schot
liever voor de Apachen , die daar op ons toekomen."
De kano dreef thans tusschen twee lage oevers, die, niet-
tegenstaande de donkerheid, een vluchtigen blik over de
prairie toelieten. Zwarte schaduwen van paarden en ruiters
bewogen zich hier in het hooge gras. Evenwel hadden wij
geen tijd, om daar lang ons oog op te vestigen, want een
ander , veel nader gevaar dreigde onzen bedenkelijken toe-
stand nog hachelijker te maken.
De beer had, naar wij meenden , uit vermoeidheid zijne
bewegingen vertraagd; doch in werkelijkheid was dat
slechts, om op andere wijze een aanval tegen ons te
beproeven.
„Houdt u dicht aan wal," beval het opperhoofd , toen
hij zag , dat de beer bij eene nieuwe kromming der rivier