Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
dier met hangende ooren en slependen stap voor de deur
verschijnen: een schepsel, dat zonder twijfel bij 't laatste
gevecht aan de horens van den stier te nauwerüood was
ontkomen. Ik wou mijne ooren niet gelooven, toen de man
de onbeschaamdheid had, tien piasters voor dien afgejaagden
knol té eischen; doch ik had haast en moest hem dus die
som wel geven, welke mijn eerlijke dienaar denkelijk op
staanden voet met hem deelde.
Nadat alles beschikt was, ging ik op den derden dag
voor zonsopgang op weg. Mexico is nog tegenwoordig,
gelijk ten tijde zijner verovering, met meren omgeven,
hoewel deze vloeibare vlakten, door welke zich op een
hoogen dam een rijweg slingert, in den loop van drie
eeuwen een geheel ander aanzien hebben bekomen. De
tijden zijn niet meer, toen op deze meren de brigantjjnen
van Cortèz met de bont beschilderde barken der Mexicanen
kruisten. Door tijd en kunst voor een groot deel uitge-
droogd, hebben zij van hun vroegeren glans niets behouden
dan de sombere kleur, die aan iedere gevallen grootheid
eigen is. Alleen de verwijderde knal van een jachtgeweer
en de wilde gezangen der Indianen, wier booten hier en
daar het riet nederbuigen, storen nu en dan de diepe stilte,
die over het gansche landschap verbreid ligt. "Witte reigers ,
die onbewegelijk als de bloemen der plompen op het water-
vlak drijven, waterhoenders en duikerseenden en hier en daar
een visschende Indiaan, die tot aan de heupen in het water
staat: dit zijn de eenige wezens, welke men in deze een-
zaamheid ziet. Slechts de hemel en de bergen zgn niet
veranderd, en nog altijd steken de besneeuwde toppen der
vulkanen in het blauwe firmament op.
Toen ik Buena Vista bereikt had , waar men het geheele
dal van Mexico overziet, hield ik stil, om nog een blik op
de heerlijke vlakten te werpen. Omgeven door een gordel van
blauwe heuvels en kleine dorpen, welker witte huizen vrien-
delijk door het groen der boomen keken, hadden de meren,