Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
beklimmen, om daar honig te zoeken , en zette mij dus op
den gaffel van een hoofdtak zoo vast, dat ik bij een twee-
den aanval niet geheel weerloos was. Gelaarsd, gespoord
en met den degen in de hand op een boomtak rijdend,
moet ik zeker al eene wonderlijke vertooning hebben gemaakt;
maar ik was toen niet in eene stemming , om mijn toestand
belachelijk te vinden, en mijn hart sloeg banger dan ooit,
ofschoon ik den dood al meermalen in de oogen had gezien.
Wanneer ik echter de gewoonten van den grauwen beer
gekend had, zou ik geen reden gezien hebben, om mij zoo
erg bezorgd te maken. De grauwe beer toch, die wegens
de bevreemdende lengte zijner scherpe klauwen de laatste
nakomeling dier gigantische holbewoners der voorwereld
schijnt te zijn, kan niet, als de overige soorten van zijn
geslacht, op boomen komen. Zoo vergenoegde mijn vijand
zich dan ook met eerst naar den ruiter en toen naar zijn
stervend paard te zien, en daar hij mij voor het oogenblik
niet machtig kon worden, begon hij , om zijn leegen tijd
nuttig aan te vullen, het paard naar den voet van den
boom te trekken en daar te verteren. Hij deed daarbij
dezelfde vlugheid, als vroeger bij mjjne vervolging blijken,
wat hem echter niet belette, van tijd tot tijd eens naar mij
op te kijken, als om mij te verstaan te geven , dat hij dat
paard alleen als een voorproeve beschouwde.
Gedurende een deel van den nacht hoorde ik het akelig
kraken der beenderen van mijn ongelukkig paard. Ver-
volgens zag ik , hoe een plomp , zwart gevaarte zich aan
den voet des booms neerlegde, en tegelijk voelde ik, hoe
mijne oogleden van slaperigheid zwaar werden. Zoo vaak
ik de oogen opende, zag ik hetzelfde schouwspel, en ein-
delijk bond ik mij , daar 't mij onmogelijk werd, langer
wakker te blijven, met mijn gordel aan den boom vast,
stak het vuistgewricht in den kwast van mijn degen en sliep ,
niettegenstaande mijn honger en de nabijheid van mijn
vijand, al spoedig in.