Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
vergelijken ? Er is geen, dat men hem kan ter zijde
stellen, want hij is bijna zoo groot als de buffel en zijne
klauwen zijn in lengte en scherpte aan de houwers van het
everzwijn gelijk. In snelheid en volharding wedijvert hij
met het paard, in wildheid met den Bengaalschen tijger.
Zijne kracht is zoo groot, dat hij een geheelen buffel in
snellen draf voortdraagt, en de kogels der jagers stuiten ,
als hagelsteenen op een leien dak , op hem af; ja, de taaiheid
van zijn leven is zoo groot, dat hij wel eens nog verscheiden
mijlen ver loopt, nadat hij schoten in de long, den kop
en zelfs in het hart heeft bekomen. Het vellen van zulk
een vreeselijken kolos is dus eene daad, waarop de roode
krijgers der prairie boven alles trotsch zijn.
Een geluk is het, dat de grauwe beren niet zeer talrijk
zijn, maar slechts bij enkelen in de kloven en langs de
hellingen van het Rotsgebergte en in de aangrenzende prai-
rieën verschijnen. Desniettemin is een der moedige jagers,
die alleen in de eindelooze wildernis omdolen, op een en
denzelfden dag met twee dezer vreeselijke dieren in aan-
raking gekomen en beide koeren 't gevaar gelukkig ontsnapt.
Zie hier, wat hij ons van zijn avontuur vertelt :
„Voor eenige jaren was ik, van het Rotsgebergte naar
de Roode Rivier teruggekeerd, in eene barre streek ver-
dwaald , waar ik verscheiden dagen omdoolde, zonder ook
maar een spoor van wild te zien. Mijn voorraad was lang
opgeteerd en ik begon het pijnigend knagen van den honger
te voelen, toen ik eindelijk den oever van den stroom be-
reikte , waar ik wild in overvloed hoopte te vinden. Wer-
kelijk vertoonden zich ook hier en daar buffels, herten,
reeën en wilde paarden ; maar al mijne pogingen, om een
dezer dieren te vellen, waren vruchteloos. Nadat ik mij
twee dagen lang nutteloos had afgesloofd, wierp ik mij,
aan mijne redding wanhopend , niet ver van den rivieroever
in het hooge gras neer. Mijn paard was gelukkiger dan
ik; want terwijl ik te vergeefs naar eenige wilde vruchten