Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
bracht had , op dezelfde wijze , als hij dat mij zag doen.
Zoo verliep een geruime tijd, en zelden ging een dag
voorbij, zonder dat ik Peter ging opzoeken en met hem
een eenvoudig maal van brood en vruchten hield.
Eens op een avond trok een zeker gevoel van angst mij
vroeger dan gewoonlijk naar mijn kweekeling toe. Toen
ik in het bosch trad, verwonderde het mij, dat hij mij niet
tegemoet kwam , gelijk hij de laatste dagen geregeld gedaan
had. Op eens hoorde ik op eenigen afstand een vreemd
gerucht. Ik vlieg meer dan ik ga, ik zie bloedsporen in
het zand, en eindelijk bemerk ik eene groote slang , die
den armen Peter in hare kronkels houdt.
Een oogenblik stond ik als verlamd, maar spoedig her-
stelde ik mij, schoot toe en legde een der pistolen, die ik
altijd bij mij droeg, op den kop van het monster aan.
Ongelukkig schramde ik het de huid slechts , maar nu liet
het toch Peter los en richtte zich tegen mij. Een tweede
schot trof beter; de slang lag na eenige stuiptrekkingen
dood. Mijn arme vriend lag roerloos. Ik nam hem op,
droeg hem in zijne hut, legde hem op het mos neer en
gaf hem frisch water te drinken; doch reeds na weinig
minuten overtuigde ik mij , dat hij reddeloos verloren was.
„Peter, mijn arme Peter!" riep ik diep bedroefd. Toen
keerde hij den kop naar mij om , zag mij aan met in zijn
oog eene uitdrukking , welke ik nooit vergeten zal, poogde
mij nog de hand te likken , en ademde voor de laatste maal.
De dood van het verstandig dier trof mij dieper, dan
iemand zich voorstellen kan. Hij was de eenige oprechte
vriend, dien ik gedurende mijn veeljarig verblijf op Ceylon ge-
vonden had, en mij wezenlijk lief en dierbaar geworden.