Boekgegevens
Titel: Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: 's-Gravenhage: Joh. IJkema, 1872 *
Groningen: Gebroeders Hoitsema
Opmerking: Bevat o.a. 'Mijne omzwervingen in Mexico' en 'Beelden uit Ceylon'
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-197
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204150
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Azië, (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Midden- en Zuid-Amerika
Trefwoord: Sri Lanka, Mexico, Reisbeschrijvingen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Ver over zee: merkwaardige tochten en ontmoetingen ter zee en te land
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
daarbij een handje hielp, waren wij spoedig klaar. Binnen in
de hut vond ik twee hoopen mos liggen , als om tot zitplaats
te dienen, en in een hoek een ruimen voorraad kokosnoten.
Toen ik nu beweging maakte , om naar huis te gaan,
verried Peter veel angst en onrust. Hij scheen verwacht
te hebben, dat ik voortaan bij hem zou blijven, en toen
ik nu werkelijk ging, liet hij zulke bittere klaagtonen
hooren, dat ik wel weer omkeeren moest. Be zocht hem
onder het verstand te brengen, dat ik spoedig terugkomeu
zou; maar of dit mij gelukte, weet ik niet.
Zulk eene schranderheid en overleg is bij de pongo's
niets zeldzaams ; maar toch trof mij het diepe gevoel, dat
het dier zoo duidelijk aan den dag legde, en ik besloot,
mijne bezoeken dagelijks te herhalen.
Den volgenden dag vond ik Peter op zijn leger van mos
uitgestrekt. Zoodra hij mij zag , sprong hij op en gaf zijne
blijdschap door het gewone zachte fluiten te kennen. Ditmaal
bracht ik hem veel nieuws mee : een hamer met spijkers ,
twee kommetjes, twee glazen, een paar borden en nog
andere kleinigheden meer. Ik wou namelijk weten , tot hoe
ver het instinct dezer dieren zich ontwikkelen liet, en te
gelijk zien , of men de reisbeschrijvers mag gelooven, als
zij vau het leven der orang-oetans en pongo's zulke won-
dere dingen vertellen.
Peter was met die meegebrachte heerlijkheden kennelijk
ingenomen en zijne oogen flonkerden , zoo vaak hij al dat
moois bekeek en in de handen nam. De volgende dagen
verrijkte ik zijne huishouding nog met verscheiden nieuwe
stukken, onder anderen twee tafeltjes, eene kruik en een
paar veldstoelen. Met het grootste gemak leerde Peter al
deze dingen gebruiken en voor zijne hut eene tafel dekken,
zoo goed als de beste hofmeester 't zou hebben gedaan-
Tot tafellaken dienden groote pisangbladen; de beide stoelen
stonden zoo , dat wij tegen elkaar over zaten, en Peter at
de vruchten en wat ik van brood of ander gebak meege-
9